Betekenissen van de naam Attai
De Bijbelse naam Attai betekent “opportuun”, “geschikt” of “op het juiste moment”. De betekenis van Attai is verbonden met het idee van timing, bereidheid en beschikbaarheid, en past bij de mannen die in de Bijbel met deze naam worden genoemd als moedige, loyale en op tijd aanwezige dienaren.
Classificatie
Eigennaam (man)
Datering
De naam Attai komt voor in de tijd van koning David en in de vroege periode van het verdeelde rijk onder Rehabeam (ongeveer 10e eeuw v.Chr.), en in genealogieën van Juda die verder reiken in de koninklijke lijn.
Naam in het Hebreeuws
עַתַּי
Naam in het Grieks
Ἀθθαί (transliteratie: Aththai)
Strongnummers
Hebreeuws: H6262
Grieks: Geen afzonderlijk nummer
Etymologische gegevens
Attai is afgeleid van een wortel die te maken heeft met “geschikt zijn” of “op tijd zijn” (verwant aan H6261). Etymologisch wijst de naam op iemand die op het juiste moment aanwezig is, een “opportune” of passende persoon, wat goed aansluit bij de rol van Attai als krijgsman en prins.
Formuleringen (Schrijfwijze)
In de Statenvertaling: Attai
In de Herziene Statenvertaling: Attai
In de King James vertaling: Attai
Symbolische betekenis
Symbolisch staat de naam Attai voor een mens die op Gods tijd handelt: een op tijd aanwezige helper, krijgsman of leider. De Bijbelse naam Attai roept beelden op van trouw, moed en beschikbaarheid wanneer God iemand roept om te dienen, zowel in de strijd als in het koningshuis.
Bijbelse stam
Attai komt voor bij verschillende personen: een Judeeër uit de lijn van Juda, een krijgsman uit de stam Gad en een prins van Juda, zoon van koning Rehabeam. De naam Attai is dus verbonden met zowel Juda als Gad.
Familie
| Relatie | Naam |
|---|---|
| Vader | Rehabeam, koning van Juda |
| Moeder | Maächa, dochter van Absalom |
| Broers | Jeüs, Semarja, Zaham |
| Zussen | Niet genoemd |
| Vrouw | Niet genoemd |
| Man | Niet van toepassing |
| Zonen | Niet genoemd |
| Dochters | Niet genoemd |
Een korte omschrijving
De Bijbelse naam Attai wordt gedragen door drie mannen. De eerste Attai is een Judeeër uit de lijn van Sheshan, via diens Egyptische dienaar Jarha; hij staat in de genealogie van Juda. De tweede Attai is een dappere krijgsman uit de stam Gad, die zich bij David voegt in de woestijn en bekendstaat om zijn moed en snelheid. De derde Attai is een prins van Juda, zoon van koning Rehabeam en Maächa, en behoort tot het koninklijk huis in Jeruzalem. Samen laten deze dragers van de naam Attai zien hoe “op tijd” handelen, trouw en moed een plaats krijgen in de geschiedenis van Israël.
De naam komt voor in de Bijbelverzen
1 Kronieken 2:35, 1 Kronieken 2:36, 1 Kronieken 12:11, 2 Kronieken 11:20