Athálja

Betekenissen van de naam Athálja

Athálja betekent “Jahweh is verheven” of “de HEERE is hoog”. De naam drukt eerbied en verhoging van Gods Naam uit.

Classificatie

Eigennaam (man)

Datering

De naam komt voor in twee verschillende perioden:
– In Ezra 8:7: de Perzische periode, tijdens de terugkeer uit de ballingschap (5e eeuw v.Chr.).
– In 1 Kronieken 8:26: de periode van de koningen en genealogieën van Benjamin (ca. 10e–9e eeuw v.Chr.).

Naam in het Hebreeuws

עֲתַלְיָה (‘Atalja)

Naam in het Grieks

Ἀθαλιᾶ (Athalía)

Strongnummers

Hebreeuws: H6271
Grieks: niet van toepassing

Etymologische gegevens

Athálja is een theofore naam, gevormd uit een stam die “verheffen” betekent, gecombineerd met het element -jah, dat verwijst naar de HEERE. De naam betekent daarom “Jahweh is verheven”. De naam komt in de Bijbel zowel voor bij een man (Ezra 8:7; 1 Kron. 8:26) als bij een vrouw (de koningin Athalia), maar de context bepaalt het geslacht.

Formuleringen (Schrijfwijze)

in de Statenvertaling: Athálja
in de Herziene Statenvertaling: Athalja
in de King James vertaling: Athaliah

Symbolische betekenis

De naam symboliseert de erkenning van Gods verhevenheid. In Ezra 8 staat Athálja voor een familie die deel uitmaakt van de gelovige rest die terugkeert naar Juda. In 1 Kronieken 8 staat de naam binnen de genealogie van Benjamin en benadrukt hij continuïteit en trouw.

Bijbelse Stam

1 Kronieken 8:26: stam Benjamin.

Familie

RelatieNaam
VaderOnbekend
MoederOnbekend
BroersOnbekend
ZussenOnbekend
VrouwNiet van toepassing
ManNiet van toepassing
ZonenJesaja (Ezra 8:7)
DochtersOnbekend

Een korte omschrijving

Athálja is in Ezra 8:7 de vader van Jesaja, een leider uit de familie van Elam die met Ezra uit Babel terugkeerde. Zijn naam staat in de lijst van familiehoofden die deel uitmaakten van de tweede grote terugkeer naar Juda. In 1 Kronieken 8:26 komt Athálja opnieuw voor, ditmaal als een man binnen de genealogie van de stam Benjamin. Hoewel er geen verdere biografische gegevens over hem worden vermeld, vertegenwoordigt hij in beide passages een schakel in de voortzetting van Israëls geslachtslijnen en de trouw van de terugkerende gemeenschap.

De naam komt voor in de Bijbelverzen

1 Kronieken 8:26, Ezra 8:7