Asa-El

Betekenissen

De Bijbelse naam Asa-El (Asaël / Asahel) betekent “door God gemaakt” of “door God aangesteld”. De naam drukt uit dat iemands bestaan, roeping en positie rechtstreeks aan God worden toegeschreven.

Classificatie

Eigennaam (man)

Datering

Asa-El komt in het Oude Testament voor vanaf de tijd van koning David en later in de koningen- en na‑ballingschapsperiode. De bekendste drager is de krijgheld Asahel, neef van David.

Naam in het Hebreeuws

עֲשָׂהאֵל — getranslitereerd: Asael / Asahel

Naam in het Grieks

Ἀσαήλ — getranslitereerd: Asael

Strongnummers

Hebreeuws: H6214 — עֲשָׂהאֵל (Asahel)

Grieks: geen afzonderlijk Strongnummer

Etymologische gegevens

Asa-El is samengesteld uit het Hebreeuwse werkwoord ‘asah (“maken, doen”) en het theofore element El (“God”). Letterlijk: “God heeft gemaakt” of “gemaakt door God”, een naam van dankzegging en erkenning van Gods scheppend handelen.

Formuleringen (Schrijfwijze)

in de Statenvertaling: Asaël / Asahel
in de Herziene Statenvertaling: Asaël
in de King James vertaling: Asahel

Symbolische betekenis

Symbolisch benadrukt Asa-El dat een mens niet uit eigen kracht leeft of dient, maar als “door God gemaakt” en “door God aangesteld”. Bij de krijgheld Asahel onderstreept de naam dat zijn moed, snelheid en positie uiteindelijk gaven van God zijn.

Bijbelse Stam

De bekendste Asa-El, Asahel, behoort tot de stam Juda als zoon van Zeruja, Davids zuster. Andere Asa-El’s in Kronieken en Ezra zijn Levieten en priesters, verbonden met de tempeldienst.

Familie

VaderNiet genoemd bij naam (Asahel is zoon van Zeruja, Davids zuster)
MoederZeruja, zuster van koning David
BroersJoab, Abisaï (Abishai)
ZussenNiet genoemd
VrouwNiet genoemd
ManNiet van toepassing
ZonenZebadja (Zebadiah), legeroverste na Asahel
DochtersNiet genoemd

Een korte omschrijving

Asa-El (Asahel) is vooral bekend als een van Davids dertig helden en de snelle, moedige neef van koning David. Hij diende onder zijn broer Joab in Davids leger en werd geroemd om zijn snelheid “als een gazelle in het veld”. Tijdens de strijd bij Gibeon achtervolgde hij Abner, de legeroverste van Isboseth, hardnekkig, ondanks herhaalde waarschuwingen. Abner doodde hem uiteindelijk met de achterkant van zijn speer, wat een keten van wraak en spanningen tussen de huizen van Saul en David in gang zette. Andere dragers van de naam Asa-El zijn Levieten en priesters die onder Josafat, Hizkia en in de tijd van Ezra dienst doen.

De naam komt voor in de Bijbelverzen

2 Samuël 2:18–23; 3:27
2 Samuël 23:24
1 Kronieken 2:16; 11:26; 27:7
2 Kronieken 17:8; 31:13
Ezra 10:15, 18