Betekenissen
De Bijbelse naam Asa wordt meestal uitgelegd als “genezer”, “arts” of “hij heeft genezen”. De naam Asa is waarschijnlijk verbonden met het idee van herstel en genezing, zowel lichamelijk als geestelijk.
Classificatie
Eigennaam (man)
Datering
Asa leefde in de tijd van de verdeelde monarchie en was koning van Juda in de 10e–9e eeuw v.Chr. Hij regeerde ongeveer 41 jaar, na Rehabeam en Abia, in de vroege fase van het koninkrijk Juda.
Naam in het Hebreeuws
אָסָא — getranslitereerd: Asa
Naam in het Grieks
Ἀσά — getranslitereerd: Asa
Strongnummers
Hebreeuws: H609 — אָסָא (Asa)
Grieks: G760 — Ἀσά (Asa)
Etymologische gegevens
De naam Asa wordt etymologisch vaak verbonden met een Semitische wortel die “genezen, herstellen” betekent. Daarom wordt Asa opgevat als “genezer” of “hij heeft genezen”, wat goed past bij de theologische lijn van Gods herstellend handelen met Juda.
Formuleringen (Schrijfwijze)
in de Statenvertaling: Asa
in de Herziene Statenvertaling: Asa
in de King James vertaling: Asa
Symbolische betekenis
Symbolisch staat de naam Asa voor geestelijke vernieuwing en gedeeltelijke trouw. Koning Asa zocht aanvankelijk de HEERE, brak met afgoderij en zocht hervorming, maar vertrouwde later op buitenlandse hulp en artsen in plaats van op God. De naam “genezer” legt zo een scherpe tegenstelling bloot tussen de roeping om op God te vertrouwen en de neiging om op menselijke middelen te steunen.
Bijbelse Stam
Asa behoort tot de stam Juda en is een koning uit het huis van David. Hij staat in de geslachtslijn van David en wordt ook genoemd in de geslachtsregisters van Jezus Christus.
Familie
| Vader | Abia (Abiam), koning van Juda |
| Moeder | Maächa, dochter (of kleindochter) van Absalom |
| Broers | Niet bij name genoemd in de Bijbeltekst |
| Zussen | Niet genoemd |
| Vrouw | Azuba, dochter van Silhi (moeder van Josafat) |
| Man | Niet van toepassing |
| Zonen | Josafat (Jehosafat); andere zonen niet genoemd |
| Dochters | Niet genoemd |
Een korte omschrijving
Asa is een van de belangrijkste koningen van Juda in het Oude Testament. Hij volgde zijn vader Abia op en regeerde 41 jaar in Jeruzalem. In het begin van zijn regering zocht Asa de HEERE, verwijderde afgoden, vernieuwde het altaar en sloot een verbond om de HEERE met heel het hart te zoeken. God schonk hem rust en overwinning, onder andere tegen Zera de Cusjiet. Later in zijn leven vertrouwde Asa echter op een verbond met Benhadad van Syrië in plaats van op de HEERE, en zocht hij bij ziekte hulp bij artsen maar niet bij God. De Bijbelse naam Asa tekent zo een koning met een goede start, maar een waarschuwend einde.
De naam komt voor in de Bijbelverzen
1 Koningen 15:8–24
2 Kronieken 14–16
Mattheüs 1:7–8