Betekenissen
De Bijbelse naam Arubbôth (Arubboth, Arubbot) wordt doorgaans verbonden met het Hebreeuwse woord voor “vensters”, “openingen” of “sluizen”. De betekenis van Arubbôth roept het beeld op van een plaats die openstaat, een gebied met doorgangen of “open vensters”, mogelijk in verband met water- of handelsroutes.
Classificatie
Plaatsnaam
Datering
Arubbôth wordt genoemd in de tijd van koning Salomo, in de 10e eeuw v.Chr. De naam verschijnt in de beschrijving van de bestuurlijke indeling van Salomo’s rijk, waarin twaalf landvoogden maandelijks voor de hofhouding moesten zorgen.
Naam in het Hebreeuws
אֲרֻבּוֹת — getranslitereerd: Arubbôth / Arubboth
Naam in het Grieks
Ἀρουβώθ — een Griekse transliteratie van de Hebreeuwse plaatsnaam Arubbôth
Strongnummers
Hebreeuws: meestal verbonden met H698 (אֲרֻבָּה, “venster, opening”); Arubbôth als plaatsnaam wordt niet altijd afzonderlijk genummerd
Grieks: geen afzonderlijk Strongnummer in het Nieuwe Testament
Etymologische gegevens
De naam Arubbôth is etymologisch verwant aan het Hebreeuwse ’arubbah, “venster, opening, sluiskoker”. Als plaatsnaam duidt Arubbôth waarschijnlijk op een streek met open doorgangen, poorten of “vensters”, mogelijk een gebied met strategische routes of waterlopen.
Formuleringen (Schrijfwijze)
in de Statenvertaling: Arubboth
in de Herziene Statenvertaling: Arubboth
in de King James vertaling: Aruboth
Symbolische betekenis
Symbolisch kan de naam Arubbôth, met zijn verband met “vensters” of “openingen”, staan voor een gebied waar de zegen en voorziening van God “open” liggen. In de context van Salomo’s rijk benadrukt Arubbôth de orde, overvloed en goede organisatie van het koninkrijk.
Bijbelse Stam
Arubbôth wordt in 1 Koningen 4 genoemd in samenhang met Socho en het land Hefer, waarschijnlijk in of nabij het gebied van Juda en de aangrenzende landstreken in het westen (Shefela).
Familie
| Vader | Niet van toepassing |
| Moeder | Niet van toepassing |
| Broers | Niet van toepassing |
| Zussen | Niet van toepassing |
| Vrouw | Niet van toepassing |
| Man | Niet van toepassing |
| Zonen | Niet van toepassing |
| Dochters | Niet van toepassing |
Een korte omschrijving
Arubbôth is een Bijbelse plaatsnaam die voorkomt in de opsomming van Salomo’s landvoogden in 1 Koningen 4. De zoon van Hesed was verantwoordelijk voor Arubbôth, inclusief Socho en het hele land Hefer. De exacte ligging van Arubbôth is niet met zekerheid bekend, maar wordt meestal gezocht in de laagvlakte of het heuvelland van Juda. De naam Arubbôth, met de betekenis van “vensters” of “openingen”, past bij een streek die fungeert als doorgangsgebied en onderdeel is van het goed georganiseerde bestuur van Salomo’s koninkrijk.
De naam komt voor in de Bijbelverzen
1 Koningen 4:10