Aloë

Zie ook: Boom en Plant

Aloë is geurende houtsoort, een zoetgeurende specerij en wordt in de Bijbel o.a. vanwege zijn welriekendheid als parfum gebruikt (Spreuken 7:17).
De Joden deden Aloë op de doeken waarin de overledene vóór de begrafenis gehuld werd. Aloë werd ook gebruikt bij de begrafenis van Jezus. Toen Jozef van Arimathéa het lichaam van Jezus naar het graf bracht, kwam ook Nikodémus daar en hij bracht een een mengsel van mirre en aloë mee. Zij wikkelden het lichaam van Jezus in linnen doeken met de gemengde specerijen (Johannes 19:39-40).

Deze aloëboom is niet gelijk aan de Aloëplant (Aloë vera) die tegenwoordig zo populair is vanwege geneeskrachtige werking die daar aan wordt toegeschreven.

Het woord ‘aloë’ komt 5 keer voor in de Bijbel (Psalmen 45:8; Spreuken 7:17; Hooglied 4:14; Johannes 19:39). In de Statenvertaling wordt in Numeri 24:6 de aloë vertaald met sandelboom, maar ook daar komt dus feitelijk het woord aloë voor.

Deze website maakt gebruik van cookies. Door deze site te blijven gebruiken, accepteert u het gebruik van deze cookies en gaat u akkoord met ons cookiebeleid.  Meer info