Betekenissen
De Bijbelse naam Archippus betekent “heerser over paarden” of “leider van het paard”. De naam komt uit het Grieks en weerspiegelt kracht, leiderschap en toewijding. In het Nieuwe Testament wordt Archippus gezien als een medewerker in het evangelie en iemand die een geestelijke taak heeft ontvangen.
Classificatie
Eigennaam (man)
Datering
Archippus leefde in de eerste eeuw n.Chr., in de tijd van de apostel Paulus, rond de periode van de brieven aan Kolosse en Filemon.
Naam in het Hebreeuws
ארכיפוס – Archippus (fonetische Hebreeuwse weergave van de Griekse naam)
Naam in het Grieks
Ἀρχίππος – Archippos
Strongnummers
Hebreeuws: n.v.t.
Grieks: G751
Etymologische gegevens
Archippus is samengesteld uit ἀρχή / ἄρχω (archē/archō, “heersen, leiden”) en ἵππος (hippos, “paard”). De naam betekent letterlijk “paardenleider” of “paardenmeester”. In de Grieks-Romeinse wereld was dit een naam die kracht, discipline en leiderschap uitdrukte.
Formuleringen (Schrijfwijze)
In de Statenvertaling: Archippus
In de Herziene Statenvertaling: Archippus
In de King James vertaling: Archippus
Symbolische betekenis
De naam Archippus staat symbool voor geestelijke verantwoordelijkheid, trouw en volharding. Paulus roept hem op zijn bediening “ten volle te vervullen”, waardoor de naam verbonden wordt met toewijding en het serieus nemen van een goddelijke opdracht.
Bijbelse Stam
Niet van toepassing.
Familie
| Relatie | Naam / Opmerking |
|---|---|
| Vader | Niet genoemd in de Bijbel |
| Moeder | Niet genoemd |
| Broers | Niet vermeld |
| Zussen | Niet vermeld |
| Vrouw | Niet genoemd |
| Man | n.v.t. |
| Zonen | Niet genoemd |
| Dochters | Niet genoemd |
Een korte omschrijving
Archippus is een christen uit de gemeente van Kolosse en wordt door Paulus genoemd als een medewerker in het evangelie. In Kolossenzen 4 wordt hij aangespoord om de bediening die hij van de Heer heeft ontvangen trouw te vervullen. In Filemon wordt hij aangesproken als een “medestrijder”, wat duidt op een actieve rol in de vroege kerk. De Bijbelse naam Archippus staat daarmee voor toewijding, verantwoordelijkheid en geestelijke inzet binnen de christelijke gemeenschap.