Betekenissen van de naam Arah
De Bijbelse naam Arah betekent “reiziger”, “wegtrekkende” of “wegfarende”. De betekenis van Arah is verbonden met het beeld van een pelgrim of rondtrekkende, iemand die onderweg is. In de context van de terugkeer uit de ballingschap krijgt de naam Arah extra lading: hij staat voor beweging, terugkeer en herstel binnen het volk van Israël.
Classificatie
Eigennaam (man)
Datering
Oude Testament, vooral in de periode na de Babylonische ballingschap (6e–5e eeuw v.Chr.), in de tijd van de terugkeer onder Zerubbabel en Nehemia, en in een genealogische vermelding uit de tijd van de koningen (stam Aser).
Naam in het Hebreeuws
אֲרַח (ʾArach / Arah)
Naam in het Grieks
Ἀράχ (Arach) – Griekse transliteratie in de Septuaginta
Strongnummers
Hebreeuws: H733
Grieks: niet van toepassing
Etymologische gegevens
De naam Arah is afgeleid van een Hebreeuwse wortel die “reizen, onderweg zijn, rondtrekken” betekent. Vandaar de etymologische duiding als “reiziger”, “wegfarende” of “zwervende”. Deze achtergrond past goed bij de historische context van Arah: een naam die voorkomt in lijsten van terugkerende ballingen en in een stamregister, waar beweging, migratie en terugkeer naar het land centraal staan.
Formuleringen (Schrijfwijze)
In de Statenvertaling: Arah
In de Herziene Statenvertaling: Arah
In de King James vertaling: Arah
Symbolische betekenis
Symbolisch staat de naam Arah voor pelgrimage, terugkeer en trouw aan Gods roeping. Als “reiziger” belichaamt Arah het volk dat uit ballingschap terugkeert naar Jeruzalem en het erfdeel van de HEERE. De Bijbelse naam Arah benadrukt dat God ook de namen kent van minder bekende families die een rol spelen in de wederopbouw van Zijn volk.
Bijbelse stam
Stam van Aser (Asher) – voor Arah, zoon van Ulla
Familie
| Relatie | Naam |
|---|---|
| Vader | Ulla (voor Arah uit de stam van Aser) |
| Moeder | Niet genoemd |
| Broers | Chimhi en Jemeal (1 Kronieken 7:39 – zonen van Ulla) |
| Zussen | Niet genoemd |
| Vrouw | Niet genoemd |
| Man | Niet van toepassing |
| Zonen | Shechanja (Shechaniah), genoemd als zoon van Arah (Nehemia 6:18) |
| Dochters | Niet genoemd |
Een korte omschrijving
Arah is de naam van ten minste twee mannen in het Oude Testament. Enerzijds is Arah een Asheriet, zoon van Ulla, genoemd in de genealogieën van 1 Kronieken. Anderzijds is Arah het hoofd van een familie waarvan honderden nakomelingen met Zerubbabel uit de Babylonische ballingschap terugkeren naar Juda en Jeruzalem. In Nehemia wordt een latere nakomeling, Shechanja, genoemd in verband met huwelijksallianties. De Bijbelse naam Arah, met de betekenis “reiziger” of “wegfarende”, past bij deze historische context van trekken, terugkeren en opnieuw wortel schieten in het land dat God aan Zijn volk beloofd heeft.
De naam komt voor in de Bijbelverzen
1 Kronieken 7:39; Ezra 2:5; Nehemia 7:10; Nehemia 6:18