Amzi

Betekenissen van de naam Amzi

De Bijbelse naam Amzi betekent “sterk” of “mijn kracht”. De naam benadrukt innerlijke kracht en moed, passend bij zijn Levietische achtergrond.

Classificatie

Eigennaam (man)

Datering

Amzi leefde in de tijd van de koningen en later in de periode na de Babylonische ballingschap (10e–5e eeuw v.Chr.). Er worden twee verschillende mannen met deze naam genoemd.

Naam in het Hebreeuws

אַמְצִי – ‘Amtsi

Naam in het Grieks

Ἀμσί (weergave van de Hebreeuwse naam in Griekse transcriptie)

Strongnummers

Hebreeuws: H557
Grieks: geen

Etymologische gegevens

Amzi is afgeleid van de Hebreeuwse wortel אָמַץ (’amats), “sterk zijn, moedig zijn”. De naam betekent letterlijk “sterk” of “krachtig”. Hij is verwant aan namen als Amoz en Amazia.

Formuleringen (Schrijfwijze)

in de Statenvertaling: Amzi
in de Herziene Statenvertaling: Amzi
in de King James vertaling: Amzi

Symbolische betekenis

Amzi staat symbool voor geestelijke kracht en trouw in de dienst van God. Als Leviet en priester vertegenwoordigt hij de kracht die nodig is om het volk te leiden in aanbidding en tempeldienst.

Bijbelse Stam

Amzi behoort tot de stam Levi. De Bijbel noemt twee Levieten met deze naam: één uit de Merari‑lijn en één priester uit de tijd van Nehemia.

Familie

RelatieNaam
VaderBani (1 Kronieken 6:46) / Zecharja (Nehemia 11:12)
MoederOnbekend
BroersOnbekend
ZussenOnbekend
VrouwOnbekend
ManNiet van toepassing
ZonenOnbekend
DochtersOnbekend

Een korte omschrijving

Amzi is de naam van twee Levieten in de Bijbel. De eerste Amzi is een nakomeling van Merari en wordt genoemd in de genealogieën van 1 Kronieken. De tweede Amzi is een priester die in de tijd van Nehemia dienstdoet in Jeruzalem na de terugkeer uit de ballingschap. De naam, die “sterk” betekent, past bij hun rol als dienaren in de tempel, waar kracht, trouw en toewijding centraal staan. Hoewel er weinig persoonlijke details over hen bekend zijn, tonen hun vermeldingen dat zij deel uitmaakten van de geestelijke structuur van Israël.

De naam komt voor in de Bijbelverzen

1 Kronieken 6:46; Nehemia 11:12