Amoz

Betekenissen van de naam Amoz

De Bijbelse naam Amoz betekent “sterk” of “krachtig”. De naam Amoz past bij iemand die in stilte kracht vertegenwoordigt, passend bij zijn rol als vader van de profeet Jesaja.

Classificatie

Eigennaam (man)

Datering

Amoz leefde in de 8e eeuw v.Chr., in de periode van de koningen Uzzia, Jotham, Achaz en Hizkia van Juda, de tijd waarin zijn zoon Jesaja profeteerde.

Naam in het Hebreeuws

אָמוֹץ – ‘Amots

Naam in het Grieks

Ἀμώς

Strongnummers

Hebreeuws: H531
Grieks: geen afzonderlijk Strongnummer

Etymologische gegevens

Amoz is afgeleid van de Hebreeuwse wortel אָמֵץ (’āmats), “sterk zijn, moedig zijn”. De naam betekent “sterk, krachtig” en wordt in de Hebreeuwse lexica omschreven als de naam van een Israëliet, de vader van de profeet Jesaja.

Formuleringen (Schrijfwijze)

in de Statenvertaling: Amoz
in de Herziene Statenvertaling: Amoz
in de King James vertaling: Amoz

Symbolische betekenis

De naam Amoz symboliseert verborgen kracht en geestelijke stevigheid. Als vader van Jesaja staat Amoz voor de sterke achtergrond waaruit een grote profeet voortkomt. Zijn naam onderstreept dat God vaak werkt via mensen die zelf nauwelijks in de schijnwerpers staan, maar wel een stevige geestelijke basis vormen.

Bijbelse Stam

Amoz wordt verbonden met Juda, omdat zijn zoon Jesaja in Jeruzalem optreedt en tot de Judaïsche profetentraditie behoort.

Familie

RelatieNaam
VaderOnbekend
MoederOnbekend
BroersOnbekend
ZussenOnbekend
VrouwOnbekend
ManNiet van toepassing
ZonenJesaja (de profeet)
DochtersOnbekend

Een korte omschrijving

Amoz is in de Bijbel bekend als de vader van de profeet Jesaja. Zijn naam komt vooral voor in de opschriften van het boek Jesaja en in historische verwijzingen in Koningen en Kronieken. Over zijn leven worden geen details verteld; hij staat volledig in de schaduw van zijn zoon. Toch draagt de naam Amoz, “sterk”, een duidelijke geestelijke lading: hij vertegenwoordigt de sterke achtergrond waaruit Jesaja’s profetische bediening is voortgekomen.

De naam komt voor in de Bijbelverzen

Onder andere in Jesaja 1:1; Jesaja 2:1; Jesaja 13:1; Jesaja 20:2; Jesaja 37:2,21; Jesaja 38:1; 2 Koningen 19:2,20; 2 Koningen 20:1; 2 Kronieken 26:22; 2 Kronieken 32:20,32.