Ammiël

Betekenissen van de naam Ammiël

De Bijbelse naam Ammiël betekent “volk van God” of “mensen van God”. Deze betekenis sluit aan bij de rol van verschillende mannen met deze naam binnen het volk Israël.

Classificatie

Eigennaam (man)

Datering

De naam Ammiël komt voor in verschillende perioden van het Oude Testament: tijdens de woestijnreis onder Mozes, in de tijd van koning David en in de periode van de koningen van Juda.

Naam in het Hebreeuws

עַמִּיאֵל — ʿAmmîʾēl

Naam in het Grieks

In de Septuaginta wordt de naam fonetisch weergegeven, doorgaans als Ἀμιήλ (Amiēl).

Strongnummers

Hebreeuws: H5983

Grieks: niet van toepassing

Etymologische gegevens

Ammiël is samengesteld uit עַם (ʿam, “volk”) en אֵל (El, “God”). De naam betekent letterlijk “volk van God” en benadrukt verbondenheid met de God van Israël.

Formuleringen (Schrijfwijze)

In de Statenvertaling: Ammiel / Ammiël
In de Herziene Statenvertaling: Ammiël
In de King James vertaling: Ammiel

Symbolische betekenis

De naam Ammiël symboliseert toewijding, verbondenheid en identiteit binnen het volk van God. Hij wordt gedragen door mannen die een rol spelen in leiderschap, dienstbaarheid en profetische geschiedenis.

Bijbelse Stam

De naam Ammiël komt voor in meerdere stammen: Dan (Numeri 13:12), Manasse (2 Samuël 9:4–5), en Juda (1 Kronieken 3:5).

Familie

RelatieNaam
VaderGemalli
MoederNiet genoemd
BroersMachir
ZussenNiet genoemd
VrouwNiet genoemd
ManNiet van toepassing
ZonenGad (profeet)
DochtersNiet genoemd

Een korte omschrijving

Ammiël is een veelvoorkomende Bijbelse naam die meerdere mannen dragen in verschillende perioden van Israëls geschiedenis. Hij is bekend als een van de twaalf verspieders die Kanaän verkenden, als vader van Machir in de tijd van David en als schoonvader van koning David via Bath-Sua. De naam draagt een sterke geestelijke betekenis: “volk van God”. De dragers van deze naam verschijnen in contexten van leiderschap, dienstbaarheid en koninklijke geschiedenis. Hierdoor heeft Ammiël een blijvende plaats in de Bijbelse naamkunde en theologie.

De naam komt voor in de Bijbelverzen

Numeri 13:12; 2 Samuël 9:4–5; 2 Samuël 17:27; 1 Kronieken 3:5; 1 Kronieken 26:5