Aloth

Betekenissen van de naam Aloth

De Bijbelse naam Aloth wordt meestal uitgelegd als “hoogten”, “opgangen” of “heuvels”. De naam Aloth roept het beeld op van een hoger gelegen streek, een gebied met verheven plaatsen of opklimmende wegen.

Classificatie

Plaatsnaam / Naam van een gebied

Datering

Aloth wordt genoemd in de tijd van koning Salomo, in de beschrijving van de bestuurlijke districten van zijn rijk.

Naam in het Hebreeuws

עֲלֹות (Aloth)

Naam in het Grieks

Αλωθ (Aloth)

Strongnummers

Hebreeuws: geen afzonderlijk Strongnummer; de naam wordt vaak onder de wortel voor “opgaan/hoogte” besproken
Grieks: niet van toepassing

Etymologische gegevens

Aloth is verwant aan de Hebreeuwse stam עָלָה (ʿalah), “opgaan, stijgen”. De naam sluit aan bij woorden voor “hoogte” en “opgang” en duidt zo een hoger gelegen gebied of streek aan.

Formuleringen (Schrijfwijze)

in de Statenvertaling: Aloth
in de Herziene Statenvertaling: Aloth
in de King James vertaling: Aloth

Symbolische betekenis

Symbolisch kan Aloth staan voor geestelijke opgang en verheffing. De naam van dit hooggelegen gebied herinnert aan het opzien naar God en het leven op een hoger, toegewijd niveau binnen Zijn koninkrijk.

Bijbelse stam

Asser

Familie

RelatieNaam / Opmerking
VaderNiet van toepassing
MoederNiet van toepassing
BroersNiet van toepassing
ZussenNiet van toepassing
VrouwNiet van toepassing
ManNiet van toepassing
ZonenNiet van toepassing
DochtersNiet van toepassing

Een korte omschrijving

Aloth is een Bijbelse naam voor een gebied in het noorden van Israël, genoemd in de tijd van koning Salomo. Het wordt samen met het gebied van de stam Asser genoemd als onderdeel van de bestuurlijke indeling van het rijk. De betekenis “hoogten” of “opgangen” wijst op een heuvelachtig of verhoogd landschap. Aloth maakt duidelijk hoe zorgvuldig het land onder Salomo werd georganiseerd en hoe ook de noordelijke regio’s een vaste plaats hadden binnen het koninkrijk.

De naam komt voor in de Bijbelverzen

1 Koningen 4:16