Alféüs

Betekenissen

Alféüs betekent “verheffing”, “wissel”, “overgang” of “verandering”. De naam wordt soms uitgelegd als “degene die verandert” of “hij die verheft”.

Classificatie

Eigennaam (man)

Datering

Alféüs leefde in de tijd van Jezus Christus en wordt genoemd in het Nieuwe Testament als vader van twee apostelen.

Naam in het Hebreeuws

חלפי (Chalfi / Chelfai)

Naam in het Grieks

Ἀλφαῖος (Alphaios)

Strongnummers

Hebreeuws: Niet van toepassing

Grieks: G256

Etymologische gegevens

De naam Alféüs heeft Semitische wortels en wordt in het Grieks weergegeven als Ἀλφαῖος. De naam kan zijn afgeleid van een stam die verwijst naar verandering, overgang of groei.

Formuleringen

van de Statenvertaling: Alfeüs
de Herziene Statenvertaling: Alfeüs
de King James vertaling: Alphaeus

Symbolische betekenis

Alféüs wordt symbolisch geassocieerd met verandering, leiding en vaderschap, doordat hij de vader was van twee discipelen van Jezus.

Bijbelse Stam

Niet van toepassing

Familie

VaderNiet vermeld
MoederNiet vermeld
BroersNiet vermeld
ZussenNiet vermeld
VrouwNiet vermeld
ManNiet van toepassing
ZonenJakobus, zoon van Alfeüs; Mattheüs (mogelijk)
DochtersNiet vermeld

Een korte omschrijving

Alféüs is een naam die voorkomt in het Nieuwe Testament als vader van Jakobus, een van de twaalf apostelen van Jezus. In sommige tradities wordt hij ook beschouwd als de vader van Matteüs, de tollenaar die eveneens een van de twaalf apostelen was, hoewel dit niet expliciet door alle bronnen wordt bevestigd. Alféüs is geen personage met een actieve rol in de Bijbel, maar zijn naam wordt vermeld om de identiteit van zijn zonen te verduidelijken. Zijn betekenis ligt vooral in zijn verbondenheid met de kring van Jezus’ leerlingen en daarmee in de vroege ontwikkeling van de christelijke gemeenschap.

De naam komt voor in de Bijbelverzen

Mattheüs 10:3; Marcus 2:14; Marcus 3:18; Lucas 6:15; Handelingen 1:13