Betekenissen
Ajálon betekent “plaats van de herten”, “hertenvallei” of “kracht”. De naam verwijst naar een gebied dat bekend stond om zijn natuurlijke rijkdom en strategische ligging.
Classificatie
Plaatsnaam
Datering
Ajálon wordt genoemd vanaf de tijd van Jozua, door de periode van de richteren en tot in de koninkrijken van Israël en Juda.
Naam in het Hebreeuws
אַיָּלוֹן (Ayyalon / Ajalon)
Naam in het Grieks
Αϊαλών (Aialon)
Strongnummers
Hebreeuws: H357
Grieks: Niet van toepassing
Etymologische gegevens
De naam is afgeleid van het Hebreeuwse woord “אַיִל” (ayil), dat “hert”, “ram” of “kracht” betekent. Hierdoor draagt Ajálon een betekenis van natuur, kracht en uithoudingsvermogen.
Formuleringen
van de Statenvertaling: Ajalon
de Herziene Statenvertaling: Ajalon
de King James vertaling: Aijalon / Ajalon
Symbolische betekenis
Ajálon symboliseert kracht, standvastigheid en bescherming. Het is ook verbonden met overwinning en goddelijke tussenkomst, zoals te zien is in de geschiedenis van Jozua.
Bijbelse Stam
Stam van Dan en later ook verbonden met de stam Benjamin
Familie
| Vader | Niet van toepassing |
| Moeder | Niet van toepassing |
| Broers | Niet van toepassing |
| Zussen | Niet van toepassing |
| Vrouw | Niet van toepassing |
| Man | Niet van toepassing |
| Zonen | Niet van toepassing |
| Dochters | Niet van toepassing |
Een korte omschrijving
Ajálon is een bekende Bijbelse plaatsnaam die voorkomt in meerdere historische en geografische contexten. Het dal van Ajálon is vooral bekend door het wonder van Jozua, waarbij de zon en maan stilstonden zodat Israël zijn vijanden kon verslaan. Deze strategisch gelegen plaats speelde ook een belangrijke rol in de verdeling van het land onder de stammen van Israël, vooral Dan en Benjamin. Ajálon duikt later opnieuw op in de geschiedenis van Israël als versterkte stad in tijden van conflict. De naam heeft een sterke symboliek van kracht, bescherming en goddelijke steun, en vertegenwoordigt een gebied dat door de eeuwen heen belangrijk bleef in de Bijbelse verhalen.
De naam komt voor in de Bijbelverzen
Jozua 10:12, Richteren 1:35, 1 Samuel 14:31, 1 Kronieken 6:69, 2 Kronieken 11:10