Adoníram

Betekenissen

“Mijn heer is verheven”, “mijn heer is hoogverheven”, afgeleid van de gedachte dat de (mijn) heer in rang en eer verhoogd is.

Classificatie

Eigennaam (man)

Datering

Adoniram leefde in de tijd van de verenigde monarchie van Israël, in de regeringen van David en Salomo, en mogelijk tot in de vroege regering van Rehabeam, ongeveer 10e eeuw v.Chr.

Naam in het Hebreeuws

אֲדֹנִירָם

Naam in het Grieks

Ἀδωνιράμ

Strongnummers

Hebreeuws: H141

Grieks:

Etymologische gegevens

De naam is samengesteld uit het zelfstandig naamwoord אֲדוֹן (’adon, “heer, meester”) en de werkwoordstam רוּם (rum, “hoog zijn, verheffen”). Letterlijk: “(mijn) heer is verheven” of “heer van de hoogte”. De naam drukt zowel heerschappij als verheven status uit.

Formuleringen

Statenvertaling: Adoniram

Herziene Statenvertaling: Adoniram

King James Version: Adoniram

Symbolische betekenis

Adoniram kan symbool staan voor verheven heerschappij en gezag dat boven mensen uitgaat. In zijn Bijbelse context confronteert de naam echter ook met de spanning tussen verheven idealen (de tempelbouw voor de HEERE) en harde realiteit (dwangarbeid en onderdrukking). Zo wordt de naam een spiegel voor leiderschap: wie is werkelijk “verheven” en hoe wordt macht gebruikt?

Bijbelse stam

Onbekend

Familie

RelatieNaam
VaderAbda
MoederOnbekend
BroersOnbekend
ZussenOnbekend
VrouwOnbekend
ZonenOnbekend
DochtersOnbekend

Een korte omschrijving

Adoniram, de zoon van Abda, was een hoge ambtenaar in dienst van koning Salomo, en waarschijnlijk al eerder in dienst van David. Hij had toezicht over de “schattingen” of gedwongen arbeid: mannen die werden opgeroepen om zware projecten uit te voeren, waaronder de bouw van de tempel en andere koninklijke werken. Zijn functie plaatste hem dicht bij het centrum van de macht, maar ook midden in de spanningslijn tussen koninklijke pracht en het lijden van het volk. De naam “mijn heer is verheven” contrasteert zo met de harde realiteit van dwangarbeid en roept vragen op over de ware aard van verheven leiderschap.

De naam komt voor in de Bijbelverzen

1 Koningen 4:6, 1 Koningen 5:14