Betekenissen
Adin betekent “slank”, “teder”, “zacht” of “fijn”. De naam wordt vaak verbonden met eigenschappen als bescheidenheid of zachtheid.
Classificatie
Eigennaam (man)
Datering
De naam komt voor in de periode na de Babylonische ballingschap, in de tijd van Ezra en Nehemia (5e eeuw v.Chr.).
Naam in het Hebreeuws
עָדִין (ʿAdīn / Adin).
Naam in het Grieks
In de Septuaginta: Ἀδείν (Adein) of varianten zoals Ἀδίν.
Strongnummers
Hebreeuws: H5721 (Adin).
Grieks: Geen afzonderlijk Strongnummer.
Etymologische gegevens
De naam is verwant aan de Hebreeuwse wortel ע־ד־ן (ʿ-d-n), die verband houdt met zachtheid, tederheid of verfijning. De naam kan ook een karaktereigenschap aanduiden, zoals bescheidenheid of gevoeligheid.
Formuleringen
Statenvertaling: Adin.
Herziene Statenvertaling: Adin.
King James Version: Adin.
Symbolische betekenis
Adin kan symbool staan voor zachtheid, bescheidenheid en innerlijke kracht. In de context van de terugkeer uit de ballingschap kan de naam ook verwijzen naar trouw en volharding.
Bijbelse Stam
Adin behoort tot de teruggekeerde ballingen, maar wordt niet aan een specifieke stam gekoppeld.
Familie
| Relatie | Naam / Opmerking |
|---|---|
| Vader | Niet genoemd |
| Moeder | Niet genoemd |
| Broers | Niet genoemd |
| Zussen | Niet genoemd |
| Vrouw | Niet genoemd |
| Zonen | De nakomelingen van Adin worden genoemd als een groep van 454 mannen (Ezra 2:15) |
| Dochters | Niet genoemd |
Een korte omschrijving
Adin is het hoofd van een familie die terugkeert uit de Babylonische ballingschap. Zijn nakomelingen vormen een aanzienlijke groep binnen de herstellende gemeenschap van Juda en Jeruzalem. De familie van Adin wordt genoemd in de lijsten van Ezra en Nehemia, waar zij worden geregistreerd als deel van de teruggekeerde Israëlieten die meewerken aan de wederopbouw van het land en de tempel. Hoewel Adin zelf geen verhalende rol heeft, vertegenwoordigt zijn naam een belangrijke familie die trouw bleef aan de identiteit van Israël tijdens en na de ballingschap.
De naam komt voor in de Bijbelverzen
Ezra 2:15; Nehemia 7:20; Nehemia 10:16.