Adíël

Betekenissen

Adíël betekent “sieraad van God”, “God is mijn sieraad” of “God is mijn getuige”. De naam behoort tot de theofore namen die eindigen op “El”.

Classificatie

Eigennaam (man)

Datering

De naam komt voor in de periode van de koningen van Israël en Juda (1e millennium v.Chr.).

Naam in het Hebreeuws

עֲדִיאֵל (ʿAdīʾēl / Adíël).

Naam in het Grieks

In de Septuaginta: Ἀδιήλ (Adiel).

Strongnummers

Hebreeuws: H5717 (Adiel).

Grieks: Geen afzonderlijk Strongnummer.

Etymologische gegevens

De naam is samengesteld uit עֲדִי (ʿadī) – “sieraad, versiering” – en אֵל (El) – “God”. De betekenis is daarom “God is mijn sieraad” of “sieraad van God”. De naam drukt eer, schoonheid en toewijding uit.

Formuleringen

Statenvertaling: Adiël.

Herziene Statenvertaling: Adiël.

King James Version: Adiel.

Symbolische betekenis

Adíël kan symbool staan voor iemand die door God wordt versierd of geëerd, of voor iemand die zijn waarde en identiteit in God vindt. De naam benadrukt schoonheid, waardigheid en goddelijke verbondenheid.

Bijbelse Stam

Adíël wordt genoemd in verband met de stam Simeon

Familie

RelatieNaam / Opmerking
VaderNiet genoemd
MoederNiet genoemd
BroersNiet genoemd
ZussenNiet genoemd
VrouwNiet genoemd
ZonenAzmaveth
DochtersNiet genoemd

Een korte omschrijving

Adíël is de naam van meerdere personen in het Oude Testament. Hij wordt genoemd als een vooraanstaand man uit de stam Simeon en mogelijk ook als de vader van Azmaveth, een beheerder van de schatkamers van koning David. Daarnaast komt de naam voor in een priesterlijke context tijdens de reiniging van de tempel onder koning Hizkia. Hoewel de afzonderlijke personen niet uitgebreid beschreven worden, draagt de naam een sterke theofore betekenis die past bij hun rollen binnen het volk Israël. Adíël staat daarmee voor toewijding, waardigheid en verbondenheid met God.

De naam komt voor in de Bijbelverzen

1 Kronieken 4:36; 1 Kronieken 27:25; 2 Kronieken 29:12.