Adája

Betekenissen

Adája betekent “Jahweh heeft versierd”, “Jahweh heeft verheven” of “Jahweh heeft getuigd”.

Classificatie

Eigennaam (man)

Datering

De naam komt voor in verschillende perioden: de koninkrijkstijd van Juda, de tijd van de profeten en de periode na de Babylonische ballingschap (Ezra–Nehemia).

Naam in het Hebreeuws

עֲדָיָה (‘Adāyāh / Adája).

Naam in het Grieks

In de Septuaginta: Ἀδαΐα (Adaia).

Strongnummers

Hebreeuws: H5718 (Adajah / Adaiah).

Grieks: Geen afzonderlijk Strongnummer.

Etymologische gegevens

De naam is samengesteld uit עַד (ʿad), “sieraad, getuigenis” of “tot”, en יָה (Yah), de verkorte vorm van de Godsnaam Jahweh. De naam betekent daarom iets als “Jahweh heeft getuigd”, “Jahweh heeft versierd” of “Jahweh heeft verheven”.

Formuleringen

Statenvertaling: Adaja.

Herziene Statenvertaling: Adaja.

King James Version: Adaiah.

Symbolische betekenis

Adája kan symbool staan voor iemand die door God wordt bevestigd, verheven of bekrachtigd. De naam benadrukt Gods betrokkenheid bij het leven en de roeping van een persoon.

Bijbelse Stam

De verschillende personen met de naam Adája behoren tot diverse stammen, waaronder Levi (priesterlijke lijn) en Benjamin.

Familie

RelatieNaam / Opmerking
VaderMaaséja (2 Kronieken 23:1), Jeroham (Nehemia 11:12)
MoederNiet genoemd
BroersNiet genoemd
ZussenNiet genoemd
VrouwNiet genoemd
ZonenNiet genoemd
DochtersNiet genoemd

Een korte omschrijving

Adája is de naam van meerdere mannen in het Oude Testament. De naam komt voor in verschillende genealogieën en lijsten van priesters, Levieten en leiders van Juda. Enkele dragers van de naam zijn betrokken bij hervormingen, tempeldienst of de herbevolking van Jeruzalem na de ballingschap. Omdat de naam theoforisch is, draagt hij een duidelijke verwijzing naar de HEERE, wat past bij de functies van veel naamdragers binnen de priesterlijke of bestuurlijke structuren van Israël. Hoewel de afzonderlijke personen niet altijd uitgebreid beschreven worden, toont de verspreiding van de naam Adája de brede waardering voor namen die Gods handelen benadrukken.

De naam komt voor in de Bijbelverzen

2 Koningen 22:1; 1 Kronieken 6:40; 1 Kronieken 8:21; 2 Kronieken 23:1; Ezra 10:29; Ezra 10:39; Nehemia 3:7; Nehemia 11:12.