Betekenissen
Adáda betekent waarschijnlijk “versiering”, “sieraad” of “plezier”. De naam wordt soms verbonden met begrippen als schoonheid of lieflijkheid, maar de exacte betekenis is onzeker.
Classificatie
Plaatsnaam
Datering
De naam komt voor in de periode van de inname en verdeling van het land Kanaän, tijdens de tijd van Jozua (ca. 13e eeuw v.Chr.).
Naam in het Hebreeuws
עֲדָדָה (ʿAdādāh / Adada).
Naam in het Grieks
In de Septuaginta: Ἀδαδά (Adada).
Strongnummers
Hebreeuws: H5710 (Adadah).
Grieks: Geen afzonderlijk Strongnummer.
Etymologische gegevens
De naam is mogelijk verwant aan de stam ע-ד-ה (ʿ-d-h), die verband houdt met “sieren” of “versieren”. De exacte etymologie is echter onzeker, omdat de plaatsnaam slechts één keer voorkomt en geen verdere context biedt.
Formuleringen
Statenvertaling: Adada.
Herziene Statenvertaling: Adada.
King James Version: Adadah.
Symbolische betekenis
Omdat Adáda een plaatsnaam is zonder verdere verhalende context, heeft de naam geen vaste symbolische betekenis. Mogelijk kan de naam, indien afgeleid van “sieraad”, een idee van schoonheid of waarde uitdrukken.
Bijbelse Stam
De plaats Adáda ligt in het gebied van de stam Juda.
Familie
| Relatie | Naam / Opmerking |
|---|---|
| Vader | Niet van toepassing (plaatsnaam) |
| Moeder | Niet van toepassing |
| Broers | Niet van toepassing |
| Zussen | Niet van toepassing |
| Vrouw | Niet van toepassing |
| Zonen | Niet van toepassing |
| Dochters | Niet van toepassing |
Een korte omschrijving
Adáda is een kleine plaats in het zuiden van Juda, genoemd in de lijst van steden die behoren tot het erfdeel van de stam Juda in Jozua 15. De naam komt slechts één keer voor in de Bijbel en wordt niet verder uitgewerkt in historische of verhalende context. Hierdoor blijft zowel de precieze ligging als de betekenis van de plaats grotendeels onbekend. Toch maakt Adáda deel uit van de geografische beschrijving van Juda’s gebied, waarmee het een rol speelt in de vastlegging van de grenzen van het land dat Israël ontving.
De naam komt voor in de Bijbelverzen
Jozua 15:22.