Betekenissen
Achis betekent waarschijnlijk “mijn broeder is (mijn) man” of “broederlijk”. De naam kan ook worden opgevat als “vriend” of “bondgenoot”.
Classificatie
Eigennaam (man)
Datering
Achis leefde in de tijd van koning Saul en koning David, rond de 11e–10e eeuw v.Chr. Hij was Filistijns koning van Gath.
Naam in het Hebreeuws
אָכִישׁ (Akhish / Achis)
Naam in het Grieks
Ἀγχούς (Anchous)
Strongnummers
Hebreeuws: H397
Grieks: niet van toepassing
Etymologische gegevens
De naam is verwant aan het Hebreeuwse woord aḥ (אָח, “broeder”). De precieze betekenis is onzeker, maar duidt op broederlijke verbondenheid of een vertrouwensrelatie. Mogelijk was Achis een titel of dynastieke naam van Filistijnse koningen.
Formuleringen
Van de Statenvertaling: Achis
Van de Herziene Statenvertaling: Achis
Van de King James vertaling: Achish
Symbolische betekenis
Achis staat symbool voor onverwachte bescherming en diplomatieke relaties tussen Israël en de Filistijnen. Zijn houding tegenover David toont dat vijanden soms bondgenoten kunnen worden.
Bijbelse Stam
Niet van toepassing (Filistijnse koning)
Familie
| Relatie | Naam |
|---|---|
| Vader | Maöch |
| Moeder | Onbekend |
| Broers | Onbekend |
| Zussen | Onbekend |
| Vrouw | Onbekend |
| Zonen | Onbekend |
| Dochters | Onbekend |
Een korte omschrijving
Achis was koning van Gath, een van de vijf grote Filistijnse steden. Hij komt vooral naar voren in de verhalen over David. Toen David op de vlucht was voor Saul, zocht hij toevlucht bij Achis. Aanvankelijk wantrouwde Achis hem, maar later schonk hij David de stad Ziklag, waar David en zijn mannen langere tijd verbleven. Achis vertrouwde David zelfs zozeer dat hij hem wilde meenemen in de strijd tegen Israël, al verhinderden de andere Filistijnse leiders dit. Achis wordt in de Bijbel beschreven als een pragmatische en relatief welwillende heerser, die David bescherming bood in een tijd van politieke spanning.
De naam komt voor in de Bijbelverzen
1 Samuël 21:10–15, 1 Samuël 27:1–12, 1 Samuël 28:1–2, 1 Samuël 29:1–11