Betekenissen
Achbor betekent “muis”. De naam wordt soms ook opgevat als “snelle” of “vlugge”, afgeleid van het gedrag van een muis.
Classificatie
Eigennaam (man)
Datering
De naam Achbor komt voor in verschillende perioden: één Achbor leefde in de tijd van de Edomietische koningen (vóór Israël als koninkrijk bestond), een andere in de tijd van koning Josia (7e eeuw v.Chr.).
Naam in het Hebreeuws
עַכְבּוֹר (Akhbor / Achbor)
Naam in het Grieks
Ἀχβώρ (Achbōr)
Strongnummers
Hebreeuws: H5907
Grieks: niet van toepassing
Etymologische gegevens
De naam is afgeleid van het Hebreeuwse woord akhbōr, dat letterlijk “muis” betekent. Mogelijk werd de naam gebruikt als bijnaam of karakteromschrijving.
Formuleringen
Van de Statenvertaling: Achbor
Van de Herziene Statenvertaling: Achbor
Van de King James vertaling: Achbor
Symbolische betekenis
De naam kan symbolisch verwijzen naar snelheid, voorzichtigheid of onopvallendheid. In de Bijbel is Achbor echter vooral bekend als een functionaris of vader van een functionaris, zonder symbolische duiding.
Bijbelse Stam
Niet eenduidig: één Achbor is een Edomiet; een andere is een Judeeër in dienst van koning Josia.
Familie
| Relatie | Naam |
|---|---|
| Vader | Baal-Hanan (Edomitische Achbor) |
| Vader | Onbekend (Judese Achbor) |
| Moeder | Onbekend |
| Broers | Onbekend |
| Zussen | Onbekend |
| Vrouw | Onbekend |
| Zonen | Elnathan (Judese Achbor) |
| Dochters | Onbekend |
Een korte omschrijving
De naam Achbor wordt in de Bijbel aan twee verschillende personen gegeven. De eerste is een Edomiet, zoon van koning Baal-Hanan, genoemd in de lijst van Edom’s koningen. De tweede Achbor is de vader van Elnathan, een belangrijke hoveling van koning Josia, die betrokken was bij de hervormingen en de reactie op het gevonden wetboek in de tempel. Hoewel de naam zelf eenvoudig is, komen beide dragers voor in contexten van politieke en religieuze verandering. Hun vermeldingen zijn kort, maar plaatsen hen binnen de bredere geschiedenis van Edom en Juda.
De naam komt voor in de Bijbelverzen
Genesis 36:38, Genesis 36:39, 2 Koningen 22:12, 2 Koningen 22:14, 2 Kronieken 34:20