Abítal

Betekenissen

Abítal betekent waarschijnlijk “mijn vader is dauw” of “vader van dauw”. Dauw is in de Bijbelse beeldspraak een teken van zegen, frisheid en leven.

Classificatie

Eigennaam (vrouw)

Datering

Abítal leefde in de tijd van koning David, rond de 10e eeuw v.Chr., tijdens de periode van de verenigde monarchie van Israël.

Naam in het Hebreeuws

אֲבִיטַל (’Avital / Avital)

Naam in het Grieks

Ἀβιτάλ (Abital)

Strongnummers

Hebreeuws: H36

Grieks: niet van toepassing

Etymologische gegevens

De naam is samengesteld uit ’avi (אֲבִי, “mijn vader”) en tal (טַל, “dauw”). Dauw wordt in de Hebreeuwse Bijbel vaak verbonden met goddelijke zegen, vruchtbaarheid en vernieuwing.

Formuleringen

Van de Statenvertaling: Abítal

Van de Herziene Statenvertaling: Abital

Van de King James vertaling: Abital

Symbolische betekenis

De naam kan symbolisch verwijzen naar God als de Vader die verkwikt, vernieuwt en leven geeft. Dauw staat voor stille, zachte zegen die het land vruchtbaar maakt.

Bijbelse Stam

Juda (door haar huwelijk met koning David)

Familie

RelatieNaam
VaderOnbekend
MoederOnbekend
BroersOnbekend
ZussenOnbekend
VrouwNiet van toepassing
ZonenŠefatja (Sefatja)
DochtersOnbekend

Een korte omschrijving

Abítal is een van de vrouwen van koning David en wordt genoemd in de lijst van zijn zonen die in Hebron geboren werden. Zij is de moeder van Sefatja, Davids vijfde zoon. Hoewel er geen verhalende passages over haar bestaan, maakt haar plaats in de genealogie duidelijk dat zij deel uitmaakte van het koninklijke huis van Juda. Haar naam, die verwijst naar dauw, draagt een positieve en zegenrijke betekenis, passend binnen de symboliek van leven en vernieuwing die in de Bijbel vaak met dauw wordt verbonden.

De naam komt voor in de Bijbelverzen

2 Samuël 3:4, 1 Kronieken 3:3