Betekenissen
Abísur betekent waarschijnlijk “mijn vader is een rots” of “vader van de rots / zekerheid”. De naam draagt een connotatie van stevigheid, betrouwbaarheid en bescherming.
Classificatie
Eigennaam (man)
Datering
Abísur leefde in de periode van de vroege Israëlitische geschiedenis, tijdens de woestijnreis en de vestiging in Kanaän. Hij wordt genoemd in de tijd van de stamhoofden die Israël vertegenwoordigden.
Naam in het Hebreeuws
אֲבִישׁוּר (’Avishur / Avishur)
Naam in het Grieks
Ἀβισούρ (Abisour)
Strongnummers
Hebreeuws: H51
Grieks: niet van toepassing
Etymologische gegevens
De naam bestaat uit ’avi (אֲבִי, “mijn vader”) en een element verwant aan tsur (צוּר, “rots”). De rots is in de Hebreeuwse Bijbel een veelvoorkomend beeld voor God als vaste, betrouwbare beschermer.
Formuleringen
Van de Statenvertaling: Abisur
Van de Herziene Statenvertaling: Abisur
Van de King James vertaling: Abishur
Symbolische betekenis
De naam kan symbolisch verwijzen naar God als de onveranderlijke rots van Israël. Hij benadrukt stabiliteit, bescherming en betrouwbaarheid, eigenschappen die in de Bijbel vaak aan God worden toegeschreven.
Bijbelse Stam
Juda
Familie
| Relatie | Naam |
|---|---|
| Vader | Samla |
| Moeder | Onbekend |
| Broers | Onbekend |
| Zussen | Onbekend |
| Vrouw | Abihail |
| Zonen | Ahban, Molid |
| Dochters | Onbekend |
Een korte omschrijving
Abísur is een minder bekende maar duidelijk geïdentificeerde figuur uit de stam Juda. Hij wordt genoemd in de geslachtsregisters van 1 Kronieken als zoon van Samla en echtgenoot van Abihail. Samen kregen zij twee zonen: Ahban en Molid. Zijn naam draagt een sterke symbolische lading, verwijzend naar God als rots en bron van zekerheid. Hoewel er geen verhalende passages over hem bestaan, maakt zijn plaats in de genealogie duidelijk dat hij deel uitmaakte van de opbouw van Juda’s familiegeschiedenis, die uiteindelijk uitmondt in de koninklijke lijn.
De naam komt voor in de Bijbelverzen
1 Kronieken 2:29