Abisúa

Betekenissen

Abisúa betekent waarschijnlijk “mijn vader is redding” of “vader van redding / hulp”. De naam verbindt het vaderschap met redding, hulp of verlossing, en kan zo duiden op Gods reddende zorg binnen het priesterlijk geslacht.

Classificatie

Eigennaam (man)

Datering

Abisúa komt voor in de tijd van de vroege Israëlitische geschiedenis. In de priesterlijke lijn staat hij enkele generaties na de uittocht uit Egypte (lijn van Aäron via Pinehas), in de periode van de richteren. De andere naamdrager uit de stam Benjamin hoort bij de vroege monarchale periode of de aanloop daarnaartoe.

Naam in het Hebreeuws

אֲבִישׁוּעַ (’Avishua‘ / Avishua)

Naam in het Grieks

Ἀβισουά (Abisouá)

Strongnummers

Hebreeuws: H50

Grieks: niet van toepassing (naam komt niet in het Griekse Nieuwe Testament voor)

Etymologische gegevens

De naam is samengesteld uit ’av (אֲבִי, “mijn vader”) en een vorm verwant aan jeshua / yeshu‘a (יְשׁוּעָה, “redding, verlossing, hulp”). Zo ontstaat de betekenis “mijn vader is redding” of “vader van redding”. De naam past goed bij de priesterlijke context, waarin bemiddeling, verzoening en redding centraal staan.

Formuleringen

Van de Statenvertaling: Abisua

Van de Herziene Statenvertaling: Abisua

Van de King James vertaling: Abishua

Symbolische betekenis

Symbolisch verwijst Abisúa naar God als Vader die redding schenkt. In de priesterlijke lijn van Aäron onderstreept de naam dat de dienst van de priester verbonden is met Gods verlossende handelen. De naam kan ook gelezen worden als een herinnering dat ware hulp en redding niet uit menselijke kracht, maar uit de Vader komt.

Bijbelse stam

Levi (via Aäron en Pinehas, de hogepriesterlijke lijn)

Benjamin (via Bela, zoon van Benjamin, voor de andere naamdrager)

Familie

RelatieNaam
VaderPinehas
MoederOnbekend
BroersOnbekend
ZussenOnbekend
VrouwOnbekend
ZonenBukki
DochtersOnbekend

Een korte omschrijving

Abisúa is een Bijbelse mannennaam die vooral bekend is uit de priesterlijke geslachtslijn van Aäron. Hij is de zoon van Pinehas, kleinzoon van Eleazar en achterkleinzoon van Aäron, en de vader van Bukki, die hem in het priesterschap opvolgt. Daarnaast is er een andere Abisúa, een zoon van Bela uit de stam Benjamin. De naam draagt een sterke theologische lading: “mijn vader is redding”. In de context van de priesterdienst benadrukt dit dat de verzoening en hulp die Israël ontvangt, uiteindelijk van God als Vader afkomstig zijn, niet van menselijke verdienste.

De naam komt voor in de Bijbelverzen

1 Kronieken 6:4–5, 1 Kronieken 6:50, 1 Kronieken 8:4, Ezra 7:5