Betekenissen
De naam Abísalom betekent ‘vader van de vrede’, ‘mijn vader is vrede’ of ‘de vader is vrede’.
Classificatie
Eigennaam (man)
Datering
Abísalom leefde in de tijd van koning David, rond de 10e eeuw v.Chr.
Naam in het Hebreeuws
אָבְשָׁלוֹם / אבשלום (Avshalom)
Naam in het Grieks
Ἀβεσσαλώμ (Abessalóm)
Strongnummers
Hebreeuws: H53
Grieks: —
Etymologische gegevens
De naam is samengesteld uit ‘ab’ (vader) en ‘shalom’ (vrede, heelheid, welzijn). Letterlijk: ‘(mijn) vader is vrede’ of ‘vader van de vrede’.
Formuleringen
Statenvertaling: Absalom
Herziene Statenvertaling: Absalom
King James Version: Absalom
Symbolische betekenis
De naam draagt een symboliek van vrede, heelheid en harmonie, ondanks het tragische levensverhaal van Abísalom dat hiermee contrasteert.
Bijbelse Stam
Stam Juda
Familie
| Vader | David |
| Moeder | Maächa, dochter van Talmai van Gesur |
| Broers | Amnon, Adonia, Salomo, Daniël en andere halfbroers |
| Zussen | Tamar (volle zus) |
| Vrouw | Niet vermeld |
| Zonen | Drie zonen (namen niet genoemd) |
| Dochters | Tamar |
Korte omschrijving
Abísalom, een zoon van koning David en Maächa, staat bekend om zijn schoonheid en sterke persoonlijkheid. Zijn levensloop wordt bepaald door familietragiek: de verkrachting van zijn zus Tamar door hun halfbroer Amnon leidt uiteindelijk tot Amnons dood door Abísaloms toedoen. Na een periode van ballingschap keert hij terug naar Jeruzalem, waar hij later in opstand komt tegen zijn vader David en zich in Hebron tot koning laat uitroepen. De daaropvolgende burgeroorlog eindigt wanneer Abísalom tijdens zijn vlucht in een boom blijft hangen en wordt gedood door Joab. Zijn verhaal is een dramatisch voorbeeld van verraad, verdriet, eerherstel en tragische ondergang.
De naam komt voor in de Bijbelverzen
Onder andere in: 2 Samuel 3–18, 1 Koningen 1–2, 1 Koningen 15:2,10, 2 Kronieken 11:20–21.