Betekenissen
Abísag betekent waarschijnlijk “vader heeft gewandeld / mijn vader dwaalt” of “vader van de dwaling”. De etymologie is niet geheel zeker.
Classificatie
Eigennaam (vrouw)
Datering
Periode van koning David, ongeveer 10e eeuw v.Chr.
Naam in het Hebreeuws
אבישג (Avishag / Avishag)
Naam in het Grieks
Αβισάγ (Abisag)
Strongnummers
Hebreeuws: H49
Grieks: Niet van toepassing (naam komt alleen in OT voor)
Etymologische gegevens
De naam bestaat waarschijnlijk uit “avi” (vader) en een stam die verwant is aan “shagag”, wat verwijst naar dwalen of vergissen.
Formuleringen
Statenvertaling
Herziene Statenvertaling
King James Version
Symbolische betekenis
Abísag wordt soms gezien als symbool van jeugdige kracht en zorgzaamheid, omdat zij David diende in zijn ouderdom.
Bijbelse Stam
Niet vermeld in de Bijbel.
Familie
| Vader | Niet vermeld |
| Moeder | Niet vermeld |
| Broers | Niet vermeld |
| Zussen | Niet vermeld |
| Vrouw | N.v.t. |
| Zonen | N.v.t. |
| Dochters | N.v.t. |
Een korte omschrijving
Abísag was een jonge vrouw uit Sunem die werd uitgekozen om koning David bij te staan tijdens zijn laatste levensfase. Zij diende hem als verzorgster en lag bij hem om warmte te geven, maar had geen seksuele relatie met hem. Na Davids dood speelde zij een indirecte rol in de opvolgingsstrijd: Adonia wilde met haar trouwen, wat door Salomo werd opgevat als een poging om koninklijk gezag te verwerven. Dat leidde uiteindelijk tot Adonia’s ondergang. Abísag zelf wordt verder niet meer genoemd, maar haar korte optreden markeert een belangrijk politiek moment binnen de dynastie van David.
De naam komt voor in de Bijbelverzen
1 Koningen 1 en 1 Koningen 2.