Abíël

Betekenissen

Abíël betekent “mijn vader is God” of “vader van kracht”. De naam bevat het element El, dat “God” betekent.

Classificatie

Eigennaam (man)

Datering

De naam komt voor in de tijd van de richteren en in de periode voorafgaand aan het koningschap van Saul (ca. 12e–11e eeuw v.Chr.).

Naam in het Hebreeuws

Vorm: אֲבִיאֵל
Transcriptie: ʾAvíʾel (Abíël)

Naam in het Grieks

Vorm (Septuaginta): Αβιήλ
Transcriptie: Abiēl

Strongnummers

Hebreeuws: H0022 (Abíël)

Grieks: n.v.t. (naam wordt als Hebreeuwse eigennaam weergegeven)

Etymologische gegevens

De naam is samengesteld uit abi (“mijn vader”) en El (“God”). De betekenis luidt: “mijn vader is God”, “God is vader” of “vader van kracht”. De naam drukt afhankelijkheid en verbondenheid met God uit.

Formuleringen

Statenvertaling: Abiël / Abiel
Herziene Statenvertaling: Abiël
King James Version: Abiel

Symbolische betekenis

De naam symboliseert goddelijke kracht, bescherming en afkomst. Hij wordt vaak gezien als een belijdenisnaam die Gods vaderschap benadrukt.

Bijbelse Stam

Abíël wordt verbonden met de stam Benjamin.

Familie

RelatieNaam
Vadern.v.t. (niet genoemd)
Moedern.v.t.
Broersn.v.t.
Zussenn.v.t.
Vrouwn.v.t.
ZonenNer, Kish (1 Samuël 9:1; 1 Kronieken 8:33)
Dochtersn.v.t.

Een korte omschrijving

Abíël is een Benjaminiet die genoemd wordt in de genealogieën van de familie van Saul. Hij is de vader van Ner en Kish, en daarmee de grootvader of voorvader van Saul, de eerste koning van Israël. Hoewel er weinig persoonlijke informatie over hem wordt gegeven, speelt hij een belangrijke rol in de afstammingslijn van het koningshuis van Benjamin. Zijn naam, die “mijn vader is God” betekent, weerspiegelt een sterke geestelijke lading die past binnen de context van Israëls vroege geschiedenis.

De naam komt voor in de Bijbelverzen

1 Samuël 9:1; 1 Samuël 14:51; 1 Kronieken 8:29–33; 1 Kronieken 9:35–36