Cyrénius

Betekenissen van de naam Cyrénius

Cyrénius betekent “krachtig”, “heersend” of “de machtige”. De naam is afgeleid van een Latijnse stam die verbonden is met autoriteit en bestuur.

Classificatie

Eigennaam (man)

Datering

Cyrénius leefde rond het begin van de eerste eeuw n.Chr. en wordt genoemd in verband met de Romeinse volkstelling tijdens de periode van Jezus’ geboorte.

Naam in het Hebreeuws

Geen Hebreeuwse vorm; de naam komt uitsluitend voor in Latijnse en Griekse context.

Naam in het Grieks

Κυρήνιος (Kyrēnios)

Strongnummers

Hebreeuws: Niet van toepassing
Grieks: G2958 (Κυρήνιος)

Etymologische gegevens

Cyrénius is de Latijnse naam Quirinius, een Romeinse bestuurder. De naam is verwant aan het Latijnse Quirinus, een goddelijke titel die “beschermer” of “heerser” betekent. In de Bijbel verwijst Cyrénius naar Publius Sulpicius Quirinius, gouverneur van Syrië.

Schrijfwijze

In de Statenvertaling: Cyrénius
In de Herziene Statenvertaling: Cyrenius
In de King James vertaling: Cyrenius

Symbolische betekenis

Cyrénius symboliseert de wereldlijke macht van Rome en de historische context waarin Jezus werd geboren. Zijn naam markeert de verbinding tussen Bijbelse geschiedenis en Romeinse administratie.

Bijbelse Stam

Niet van toepassing; Cyrénius was een Romeins bestuurder.

Familie

RelatieNaam
VaderNiet vermeld
MoederNiet vermeld
BroersNiet vermeld
ZussenNiet vermeld
VrouwNiet vermeld
ManNiet van toepassing
ZonenNiet vermeld
DochtersNiet vermeld

Een korte omschrijving

Cyrénius, bekend als Quirinius, was een Romeinse gouverneur van Syrië. Hij wordt genoemd in Lucas 2:2 in verband met een volkstelling die plaatsvond tijdens de periode van Jezus’ geboorte. Deze volkstelling diende om de Romeinse administratie te versterken en belastinggegevens te verzamelen. Cyrénius speelt een belangrijke rol in het situeren van de geboorte van Jezus binnen een historische en politieke context. Zijn naam is een vaste referentiepunt voor de datering van gebeurtenissen in het Nieuwe Testament.

De naam komt voor in de Bijbelverzen

Lukas 2:2