Abída

Betekenissen

Abída betekent “mijn vader weet” of “vader van kennis”. De naam bevat het element yada, dat “kennen” of “weten” betekent.

Classificatie

Eigennaam (man)

Datering

Abída leefde in de periode van de aartsvaders, rond de tijd van Abraham (ca. 20e–19e eeuw v.Chr.).

Naam in het Hebreeuws

Vorm: אֲבִידָע
Transcriptie: ʾAvídāʿ (Abída)

Naam in het Grieks

Vorm (Septuaginta): Αβιδα
Transcriptie: Abida

Strongnummers

Hebreeuws: H0002 (Abída)

Grieks: n.v.t. (naam wordt als Hebreeuwse eigennaam weergegeven)

Etymologische gegevens

De naam is samengesteld uit abi (“mijn vader”) en yada (“kennen”, “weten”). De naam kan betekenen: “mijn vader weet”, “vader van kennis” of “vader is kennis”. Mogelijk verwijst “vader” naar God als bron van kennis.

Formuleringen

Statenvertaling: Abida
Herziene Statenvertaling: Abida
King James Version: Abida

Symbolische betekenis

De naam kan symbool staan voor inzicht, wijsheid en kennis die van God komt. Als nakomeling van Abraham verwijst de naam ook naar Gods leiding over de volken die uit Abraham voortkwamen.

Bijbelse Stam

Abída behoort tot de nakomelingen van Midian, een zoon van Abraham en Ketura. Hij is dus verbonden met de bredere Abrahamitische familie, maar niet met de twaalf stammen van Israël.

Familie

RelatieNaam
VaderMidian
Moedern.v.t. (niet genoemd)
BroersEfa, Efer, Henoch, Abida, Eldaä (Midianieten)
Zussenn.v.t.
Vrouwn.v.t.
Zonenn.v.t. (niet genoemd)
Dochtersn.v.t.

Een korte omschrijving

Abída is een zoon van Midian, die zelf een zoon was van Abraham en Ketura. Hij wordt genoemd in de genealogieën die de volken beschrijven die uit Abraham voortkwamen buiten de lijn van Isaak en Jakob. De Midianieten, zijn afstammelingen, spelen later een belangrijke rol in de geschiedenis van Israël, zowel als handelaren als in conflicten. Hoewel er geen verdere details over Abída’s leven worden gegeven, markeert zijn naam een tak van de Abrahamitische familie die zich ontwikkelde tot een eigen volk in het gebied ten oosten en zuiden van Kanaän.

De naam komt voor in de Bijbelverzen

Genesis 25:4; 1 Kronieken 1:33