Abib

Betekenissen

Abib betekent “groene aar”, “jonge korenaar” of “maand van het jonge koren”. Het verwijst naar de fase waarin graan net begint te rijpen.

Classificatie

Naam van een maand

Datering

Abib wordt genoemd in de tijd van de uittocht uit Egypte (ca. 15e–13e eeuw v.Chr.) en in de daaropvolgende wetgeving van Mozes.

Naam in het Hebreeuws

Vorm: אָבִיב
Transcriptie: ʾAvív (Abib)

Naam in het Grieks

Vorm (Septuaginta): Αβίβ
Transcriptie: Abib

Strongnummers

Hebreeuws: H024 (Abib)

Grieks: n.v.t. (de naam wordt als Hebreeuwse maandnaam weergegeven)

Etymologische gegevens

Het woord abib betekent letterlijk “groene aar” of “jonge korenaar”. De maand Abib ontleent haar naam aan het moment waarop het graan begint te rijpen. Later werd deze maand bekend als Nisan in de Babylonische kalender.

Formuleringen

Statenvertaling: Abib
Herziene Statenvertaling: Abib
King James Version: Abib

Symbolische betekenis

Abib symboliseert nieuw begin, groei en bevrijding. Het is de maand waarin de uittocht uit Egypte plaatsvond en waarin het Pascha werd ingesteld.

Bijbelse Stam

Niet van toepassing.

Familie

RelatieNaam
Vadern.v.t.
Moedern.v.t.
Broersn.v.t.
Zussenn.v.t.
Vrouwn.v.t.
Zonenn.v.t.
Dochtersn.v.t.

Een korte omschrijving

Abib is de naam van de eerste maand van het oude Hebreeuwse jaar, waarin het graan net begint te rijpen. Deze maand kreeg een bijzondere betekenis doordat de uittocht uit Egypte erin plaatsvond. God stelde het Pascha en het Feest van de Ongezuurde Broden in tijdens Abib, waardoor de maand een blijvende plaats kreeg in de religieuze kalender van Israël. Na de Babylonische ballingschap werd de naam Abib vervangen door Nisan, maar de oorspronkelijke betekenis blijft verbonden met de tijd van de eerste oogst en het begin van Gods verlossingswerk voor Zijn volk.

De naam komt voor in de Bijbelverzen

Exodus 9:31; Exodus 12:2; Exodus 13:4; Exodus 23:15; Exodus 34:18; Deuteronomium 16:1