Betekenissen
Abiásaf betekent “mijn vader heeft verzameld” of “vader heeft bijeenvergaderd”. De naam bevat het element asaf, dat “verzamelen” of “bijeenbrengen” betekent.
Classificatie
Eigennaam (man)
Datering
Abiásaf leefde in de tijd van de woestijnreis en behoort tot de generatie van de eerste Levitische geslachten (ca. 15e–13e eeuw v.Chr.).
Naam in het Hebreeuws
Vorm: אֲבִיאָסָף
Transcriptie: ʾAví‑Asaf (Abiásaf)
Naam in het Grieks
Vorm (Septuaginta): Αβιασαφ
Transcriptie: Abiasaf
Strongnummers
Hebreeuws: H0045 (Abiásaf)
Grieks: n.v.t. (naam komt uitsluitend in het Hebreeuws voor)
Etymologische gegevens
De naam is samengesteld uit abi (“mijn vader”) en asaf (“verzamelen”, “bijeenbrengen”). De naam kan duiden op een vader die een groep bijeenbrengt, of op God als Vader die Zijn volk verzamelt.
Formuleringen
Statenvertaling: Abiasaf
Herziene Statenvertaling: Abiasaf
King James Version: Abiasaph
Symbolische betekenis
Abiásaf wordt gezien als een symbool van samenbrengen en continuïteit binnen de Levitische lijn. Zijn naam benadrukt de rol van de Levieten als dienaren die het volk bijeenroepen voor de eredienst.
Bijbelse Stam
Abiásaf behoort tot de stam Levi, specifiek tot de Korachieten.
Familie
| Relatie | Naam |
|---|---|
| Vader | Korach |
| Moeder | n.v.t. |
| Broers | Assir, Elkana |
| Zussen | n.v.t. |
| Vrouw | n.v.t. |
| Zonen | n.v.t. (zijn nakomelingen worden genoemd, maar niet bij name) |
| Dochters | n.v.t. |
Een korte omschrijving
Abiásaf is een Leviet uit de geslachtslijn van Korach en wordt genoemd in de genealogieën van de Levieten. Hij behoort tot de Korachieten, een belangrijke Levitische familie die later verantwoordelijk werd voor taken in de tempeldienst, waaronder zang en poortwachtersdiensten. Hoewel de Bijbel weinig biografische details over hem geeft, speelt zijn naam een rol in het doorgeven van de Levitische traditie. Zijn nakomelingen worden meerdere keren genoemd als trouwe dienaren in de eredienst, wat zijn plaats in de geschiedenis van Israël onderstreept.
De naam komt voor in de Bijbelverzen
Exodus 6:24; 1 Kronieken 6:22–23; 1 Kronieken 6:37