Abíam

Betekenissen

Abíam betekent “mijn vader is de zee” of “vader van de zee”. De naam wordt vaak gezien als een afwijkende vorm van Abía, maar heeft in deze spelling een andere etymologische nuance.

Classificatie

Eigennaam (man)

Datering

Abíam leefde en regeerde in de tijd van de koningen van Juda, rond de 10e eeuw v.Chr., als opvolger van Rehabeam.

Naam in het Hebreeuws

Vorm: אֲבִיָּם
Transcriptie: ʾAvíyām (Abíam)

Naam in het Grieks

Vorm (Septuaginta): Αβιάμ
Transcriptie: Abiam

Strongnummers

Hebreeuws: H0029 (Abíam)

Grieks: G0007 (Abiam)

Etymologische gegevens

De naam is samengesteld uit abi (“mijn vader”) en yam (“zee”). Mogelijk verwijst de naam symbolisch naar kracht, onmetelijkheid of een poëtische aanduiding van afkomst. In sommige teksten wordt Abíam ook Abía genoemd, waarbij de betekenis verschuift naar “mijn vader is de HEERE”.

Formuleringen

Statenvertaling: Abiam
Herziene Statenvertaling: Abiam
King James Version: Abijam

Symbolische betekenis

De naam kan symbool staan voor kracht en overweldigende macht, zoals de zee. In de context van zijn koningschap wordt Abíam echter vooral gezien als een waarschuwing: zijn regering wordt gekenmerkt door ontrouw, in contrast met de trouw van zijn zoon Asa.

Bijbelse Stam

Abíam behoort tot de stam Juda.

Familie

RelatieNaam
VaderRehabeam
MoederMaächa, dochter van Absalom
BroersMeerdere (niet bij name genoemd)
Zussenn.v.t.
Vrouwn.v.t. (meerdere vrouwen)
ZonenAsa (opvolger), en andere zonen
Dochtersn.v.t.

Een korte omschrijving

Abíam was koning van Juda en regeerde kort, slechts drie jaar in Jeruzalem. Hij volgde zijn vader Rehabeam op en zette veel van diens beleid voort. De Bijbel beschrijft hem als een koning die niet volledig wandelde in de wegen van David, hoewel God omwille van David toch het koningshuis in stand hield. Zijn regering stond in het teken van voortdurende conflicten met Jerobeam, de koning van het noordelijke rijk Israël. Na zijn dood werd hij opgevolgd door zijn zoon Asa, die bekendstaat als een hervormingsgezinde en godvrezende koning.

De naam komt voor in de Bijbelverzen

1 Koningen 14:31; 1 Koningen 15:1–8; 2 Kronieken 12:16; 2 Kronieken 13