Betekenissen
Abdeël betekent “knecht van God”, “dienaar van God” of “God is mijn dienaar” (in de zin van: God toont zorg). De naam bevat het element אֵל (El), “God”.
Classificatie
Eigennaam (man): Abdeël is de naam van een man uit de stam Benjamin.
Datering
De naam komt voor in de tijd na de Babylonische ballingschap, in de periode van de teruggekeerde Judeeërs (5e eeuw v.Chr.).
Naam in het Hebreeuws
Vorm: עַבְדְּאֵל
Transcriptie: ʿAvdĕʾēl (Abdeël)
Naam in het Grieks
Vorm (Septuaginta): Αβδηήλ
Transcriptie: Abdēḗl
Strongnummers
Hebreeuws: H5655 (Abdeel)
Grieks: n.v.t. (naam komt uitsluitend in het Hebreeuws voor)
Etymologische gegevens
De naam is samengesteld uit עבד (ʿavad), “dienen”, en אֵל (El), “God”. De betekenis “dienaar van God” benadrukt toewijding, afhankelijkheid en een leven in dienst van de Allerhoogste. Namen met het element “El” komen veel voor in de Hebreeuwse Bijbel en drukken vaak een relatie of toewijding aan God uit.
Formuleringen
Statenvertaling: Abdeel
Herziene Statenvertaling: Abdeel
King James Version: Abdeel
Symbolische betekenis
Abdeël staat symbool voor dienstbaarheid aan God en voor het erkennen van Gods leiding. De naam drukt een houding van nederigheid en toewijding uit, passend bij de rol van zijn zoon in de profetische geschiedenis.
Bijbelse Stam
Abdeël behoort tot de stam Benjamin.
Familie
| Relatie | Naam |
|---|---|
| Vader | n.v.t. |
| Moeder | n.v.t. |
| Broers | n.v.t. |
| Zussen | n.v.t. |
| Vrouw | n.v.t. |
| Zonen | Selemja (Jeremia 36:26) |
| Dochters | n.v.t. |
Een korte omschrijving
Abdeël is een Bijbelse man uit de stam Benjamin, bekend als de vader van Selemja. Zijn naam komt voor in het boek Jeremia, waar zijn zoon wordt genoemd als een van de mannen die door koning Jojakim werden uitgezonden om de profeet Jeremia en zijn schrijver Baruch te grijpen nadat de koning de boekrol had verbrand. Hoewel Abdeël zelf geen actieve rol speelt in het verhaal, draagt zijn naam een sterke geestelijke betekenis: “dienaar van God”. Dit geeft een religieuze en morele lading aan zijn plaats in de genealogie van Benjamin.
De naam komt voor in de Bijbelverzen
Jeremia 36:26