Betekenissen
De betekenis van Abagtha is onzeker; mogelijke interpretaties zijn: “gelukkig”, “begunstigd” of “geschenk”.
Classificatie
Eigennaam (man)
Datering
Abagtha komt voor in de periode van het Perzische rijk, ten tijde van koning Ahasveros (ca. 5e eeuw v.Chr.).
Naam in het Hebreeuws
אֲבַגְתָא (‘Avagta’)
Naam in het Grieks
Αβαγθά (Abagtha)
Strongnummers
Hebreeuws: H5
Grieks: Geen Grieks Strongnummer (naam komt alleen in het OT voor)
Etymologische gegevens
De naam is waarschijnlijk van Perzische oorsprong. Mogelijk verwant aan woorden die “gelukkig” of “gunst” uitdrukken. De exacte etymologie is niet vaststaand.
Formuleringen
Statenvertaling: Abagtha
Herziene Statenvertaling: Abagtha
King James Version: Abagtha
Symbolische betekenis
De naam heeft geen bekende symbolische of theologische betekenis; Abagtha is vooral bekend als een functionaris aan het hof van Ahasveros.
Bijbelse Stam
Geen stam; Abagtha is een Perzisch hofdienaar, geen Israëliet.
Familie
| Vader | Niet vermeld |
| Moeder | Niet vermeld |
| Broers | Niet vermeld |
| Zussen | Niet vermeld |
| Vrouw | Niet vermeld |
| Zonen | Niet vermeld |
| Dochters | Niet vermeld |
Korte omschrijving
Abagtha is een van de zeven kamerlingen (eunuchen) die koning Ahasveros dienden in het boek Esther. Zijn naam wordt genoemd in de context van het koninklijke banket waarin de koning koningin Vasthi laat roepen. Abagtha behoort tot de binnenste hofdienaren van de koning, een groep die belast was met vertrouwelijke taken en bevelen rechtstreeks van de vorst. Hoewel de Bijbel weinig aanvullende details geeft over zijn persoon, weerspiegelt zijn positie het aanzien en de invloed die dergelijke hofdienaren hadden binnen het Perzische rijk. Abagtha’s rol is beperkt, maar zijn vermelding onderstreept de structuur en hiërarchie van het koninklijk hof in de tijd van Esther.
De naam komt voor in de Bijbelverzen
Esther 1:10