Baäl

Betekenissen

Baäl betekent in het Hebreeuws “heer”, “meester”, “bezitter” of “echtgenoot”. De naam wordt zowel gebruikt als titel (“heer, eigenaar”) voor mensen, als aanduiding voor een (Kanaänitische) godheid en komt ook voor in samenstellingen (zoals Baäl-Peor, Baäl-Zebub) waarin hij de naam van een specifieke afgod aanduidt.

Classificatie

Eigennaam (man)
Plaatsnaam
Objectnaam

Datering

De naam Baäl komt vooral voor in het Oude Testament, in teksten die zich situeren in de periode van de aartsvaders tot en met de profeten (ruwweg tweede tot eerste millennium v.Chr.). De cultus van Baäl is echter ouder en breder dan Israël en is bekend uit diverse West-Semitische bronnen (zoals Ugaritische teksten).

Naam in het Hebreeuws

בַּעַל (baʿal)

Naam in het Grieks

Βάαλ (Baál) – zo verschijnt de naam in de Griekse overlevering (bijvoorbeeld in citaten in het Nieuwe Testament en de Septuaginta).

Strongnummers

Hebreeuws: H1167 (baʿal – heer, eigenaar), H1168 (Baʿal – de god Baäl, ook in samenstellingen met andere elementen).

Grieks: De naam Baäl heeft geen afzonderlijk, algemeen gebruikt Grieks Strongnummer als zelfstandig lemma; hij wordt doorgaans fonetisch overgenomen als Βάαλ.

Etymologische gegevens

De naam Baäl is afgeleid van de Semitische wortel b-ʿ-l, met de basisbetekenis “bezitten, heersen, meester zijn”. In verschillende Semitische talen (Hebreeuws, Fenicisch, Ugaritisch, Akkadisch) komt een verwant woord voor met de betekenis “heer” of “echtgenoot”. In de Kanaänitische religie werd Baäl de titel en naam van een belangrijke storm- en vruchtbaarheidsgod, wat in de Bijbel weerspiegeld wordt in de strijd tegen de Baälscultus.

Formuleringen

Statenvertaling: De naam wordt doorgaans weergegeven als “Baäl”, vaak in samenstellingen zoals “Baäl-Peor”, “Baäl-Zebub”, “Baäl-Gad”.

Herziene Statenvertaling: Eveneens meestal “Baäl”, met behoud van de samenstellingen (bijvoorbeeld “Baäl-Peor”, “Baäl-Zebub”), soms met moderne spelling en toelichtende voetnoten.

King James vertaling: De naam wordt weergegeven als “Baal”, met samenstellingen als “Baal-peor”, “Baal-zebub”, “Baal-gad”.

Symbolische betekenis

In de Bijbel staat Baäl symbool voor afgoderij, geestelijk overspel en het verlaten van de HEERE (JHWH). De Baälsdienst vertegenwoordigt de verleiding van vruchtbaarheids- en natuurgoden, die in strijd is met de exclusieve aanbidding van de God van Israël. Profeten gebruiken Baäl vaak als beeld voor alles wat menselijk, schijnbaar vruchtbaar en aantrekkelijk is, maar uiteindelijk leeg en machteloos tegenover de levende God.

Bijbelse stam

Baäl behoort niet tot een Israëlitische stam, maar is een Kanaänitische (en breder West-Semitische) godheid. De naam is dus niet verbonden aan een genealogische stam binnen Israël, maar aan de religie van de omringende volken.

Familie

RelatieNaam / Opmerking
Vadern.v.t.
Moedern.v.t.
Broersn.v.t.
Zussenn.v.t.
Vrouwn.v.t.
Zonenn.v.t.
Dochtersn.v.t.

Een korte omschrijving

Baäl is de naam en titel van een belangrijke Kanaänitische god, vooral verbonden met storm, regen en vruchtbaarheid. In de Bijbel verschijnt Baäl als de centrale tegenstander van de HEERE in de religieuze strijd van Israël: het volk wordt herhaaldelijk verleid om Baäl te dienen, wat door de profeten scherp wordt veroordeeld als afgoderij en geestelijk overspel. De naam betekent “heer” of “meester” en komt ook voor in plaatsnamen en samenstellingen, wat laat zien hoe diep de Baäls cultus in het land was verankerd. De Bijbelse boodschap benadrukt dat Baäl uiteindelijk machteloos is tegenover de God van Israël, die alleen recht heeft op aanbidding.

De naam komt voor in de Bijbelverzen

Genesis 36:38, Genesis 36:39, Exodus 14:2, Exodus 14:9, Numeri 22:41, Numeri 25:3, Numeri 25:5, Numeri 32:38, Numeri 33:7, Deuteronomium 4:3, Jozua 11:17, Jozua 12:7, Jozua 13:5, Jozua 13:17, Jozua 15:60, Jozua 18:14, Richteren 2:13, Richteren 3:3, Richteren 6:25, Richteren 6:28, Richteren 6:30, Richteren 6:31, Richteren 6:32, Richteren 8:33, Richteren 9:4, Richteren 20:33, 2 Samuël 5:20, 2 Samuël 13:23, 1 Koningen 16:31, 1 Koningen 16:32, 1 Koningen 18:19, 1 Koningen 18:21, 1 Koningen 18:22, 1 Koningen 18:25, 1 Koningen 18:26, 1 Koningen 18:40, 1 Koningen 19:18, 1 Koningen 22:53, 2 Koningen 1:2, 2 Koningen 1:3, 2 Koningen 1:6, 2 Koningen 1:16, 2 Koningen 3:2, 2 Koningen 4:42, 2 Koningen 10:18, 2 Koningen 10:19, 2 Koningen 10:20, 2 Koningen 10:21, 2 Koningen 10:22, 2 Koningen 10:23, 2 Koningen 10:25, 2 Koningen 10:26, 2 Koningen 10:27, 2 Koningen 10:28, 2 Koningen 11:18, 2 Koningen 17:16, 2 Koningen 21:3, 2 Koningen 23:4, 2 Koningen 23:5, 1 Kronieken 1:49, 1 Kronieken 1:50, 1 Kronieken 4:33, 1 Kronieken 5:5, 1 Kronieken 5:8, 1 Kronieken 5:23, 1 Kronieken 8:30, 1 Kronieken 8:34, 1 Kronieken 9:36, 1 Kronieken 9:40, 1 Kronieken 14:11, 1 Kronieken 27:28, 2 Kronieken 23:17, 2 Kronieken 26:7, Psalmen 106:28, Hooglied 8:11, Jeremía 2:8, Jeremía 7:9, Jeremía 11:13, Jeremía 11:17, Jeremía 12:16, Jeremía 19:5, Jeremía 23:13, Jeremía 23:27, Jeremía 32:29, Jeremía 32:35, Ezechiël 25:9, Hosea 2:8, Hosea 2:16, Hosea 9:10, Hosea 13:1, Zefanja 1:4, Romeinen 11:4