Betekenissen
Adonia betekent “de HEERE is mijn Heer”, “mijn Heer is de HEERE” of “HEERE, mijn Heer”. De naam is theoforisch en bevat een directe verwijzing naar God.
Classificatie
Eigennaam (man)
Datering
De naam komt voor in de periode van de koningen van Israël, in de tijd van koning David (ca. 10e eeuw v.Chr.).
Naam in het Hebreeuws
אֲדֹנִיָּה (’Adoniyyāh / Adonia).
Naam in het Grieks
In de Septuaginta: Ἀδωνίας (Adōnias).
Strongnummers
Hebreeuws: H138 (Adonijah / Adonia).
Grieks: Geen afzonderlijk Strongnummer.
Etymologische gegevens
De naam is samengesteld uit אֲדֹנִי (’adoni – “mijn Heer”) en יָה (Yah – verkorte vorm van de Godsnaam JHWH). De betekenis is daarom “mijn Heer is JHWH”. De naam behoort tot de theofore namen die Gods naam in verkorte vorm bevatten.
Formuleringen
Statenvertaling: Adonia / Adoniah / Adonia.
Herziene Statenvertaling: Adonia.
King James Version: Adonijah.
Symbolische betekenis
Adonia symboliseert erkenning van Gods heerschappij en afhankelijkheid van Zijn leiding. De naam drukt toewijding en onderwerping aan de HEERE uit.
Bijbelse Stam
Adonia behoort tot de stam Juda, als zoon van koning David.
Familie
| Relatie | Naam / Opmerking |
|---|---|
| Vader | Koning David |
| Moeder | Haggith |
| Broers | Amnon, Absalom, Chileab, Solomon, en andere zonen van David |
| Zussen | Tamar (halfzus), en andere dochters van David |
| Vrouw | Geen genoemd; hij vroeg om Abisag tot vrouw |
| Zonen | Niet genoemd |
| Dochters | Niet genoemd |
Een korte omschrijving
Adonia was een zoon van koning David, bekend om zijn poging om zichzelf tot koning uit te roepen toen David oud was. Hij verzamelde steun van enkele invloedrijke personen, waaronder Joab en Abjathar, maar zijn poging mislukte toen David Salomo aanwees als zijn opvolger. Na Salomo’s troonsbestijging vroeg Adonia om Abisag, de vrouw die David had verzorgd in zijn laatste dagen. Deze vraag werd gezien als een bedreiging voor Salomo’s koningschap, waarna Adonia werd gedood. Zijn leven illustreert de spanningen rond de opvolging van David en de politieke gevoeligheid van koninklijke claims.
De naam komt voor in de Bijbelverzen
2 Samuël 3:4; 1 Koningen 1–2; 1 Kronieken 3:2.