Achimélech

Betekenissen

Achimélech betekent “mijn broeder is koning” of “broeder van de koning”. De naam draagt een koninklijke en waardige betekenis.

Classificatie

Eigennaam (man)

Datering

Achimélech leefde in de tijd van koning Saul en David, rond de 11e–10e eeuw v.Chr. Er zijn twee personen met deze naam: een priester in Nob en een Hethiet in Davids tijd.

Naam in het Hebreeuws

אֲחִימֶלֶךְ (Aḥimelech / Achimelech)

Naam in het Grieks

Ἀβιμέλεχ (Abimelech) — Griekse weergave in sommige manuscripten

Strongnummers

Hebreeuws: H288

Grieks: niet van toepassing

Etymologische gegevens

De naam is samengesteld uit aḥ (אָח, “broeder”) en melech (מֶלֶךְ, “koning”). De betekenis “mijn broeder is koning” kan zowel letterlijk als symbolisch worden opgevat.

Formuleringen

Van de Statenvertaling: Achimelech

Van de Herziene Statenvertaling: Achimelech

Van de King James vertaling: Ahimelech

Symbolische betekenis

De naam kan symbolisch verwijzen naar broederlijke verbondenheid met leiderschap of koningschap. In de Bijbel staat Achimélech vooral voor priesterlijke dienst en tragische onschuld.

Bijbelse Stam

Levi (priesterlijke lijn van Ithamar, via Eli)

Familie

RelatieNaam
VaderAchitub
MoederOnbekend
BroersOnbekend
ZussenOnbekend
VrouwOnbekend
ZonenAbjathar
DochtersOnbekend

Een korte omschrijving

Achimélech was een priester in Nob tijdens de regering van Saul. Toen David op de vlucht was, gaf Achimélech hem heilig brood en het zwaard van Goliath, zonder te weten dat David vluchtte. Saul beschuldigde hem van samenzwering en liet hem en de overige priesters van Nob doden. Alleen zijn zoon Abjathar ontkwam en sloot zich aan bij David. Achimélech staat in de Bijbel bekend als een onschuldige priester die slachtoffer werd van Sauls toenemende paranoia. Een andere Achimélech wordt genoemd als een Hethiet in Davids omgeving.

De naam komt voor in de Bijbelverzen

1 Samuël 21:1–9, 1 Samuël 22:9–23,1 Samuël 26:6, 1 Kronieken 24:3