Absalom

Hij was een zoon David die David kreeg bij zijn vrouw Máächa. Absalom wordt in 1 Koningen 15:2 Abishalom genoemd en werd beschouwd als een hele knappe man die bekend stond om zijn mooie, weelderige haren (2 Samuël 14:25,26). Abasalom vermoordde zijn halfbroer Amnon, omdat Absalons zus Thamar door Amnon werd verkracht (2 Samuël 13:32). Absalon moest voor zijn vader David vluchten en verbleef drie jaar in Gesur. Later werd Absalom in opdracht van David door Joab teruggehaald naar Jeruzalem, maar pas veel later kwam hij weer in contact met zijn vader. In de tussentijd kreeg Absalom 3 zonen en een dochter, Thamar (2 Samuël 14:27).

David had nog geen troonopvolger en dit was ook bij Absalom bekend. Hij vatte het plan op om David van zijn troon te stoten.

Omdat Absalom erg knap was en de onderdanen op listige wijze wist in te palmen, stal hij de harten van de mensen en toen hij in Hebron beweerde dat hij koning was, werd hij met veel eerbetoon ontvangen. Ook Davids raadsman Achitófel koos de kant van Absalom. De opstand was zo sterk dat David uit Jeruzalem vluchtte (2 Samuël 15: 1-13).

Achitófel adviseerde Absalom om in het openbaar in te gaan tot de bijvrouwen van David, die in Jeruzalem waren achtergelaten, zodat alle hoop op een verzoening zou worden opgegeven (2 Samuël 16:21). Dit was eerder al aangekondigd als een straf voor David in 2 Samuël 12:11. Op advies van Husai werd het plan van Achitófel voor een onmiddellijke achtervolging opzij gezet (2 Samuël 17:7) en daardoor had David tijd om een ​​leger te verzamelen. Uiteindelijk kwam het tot een veldslag tussen de legers van David en Absalom. Tijdens deze strijd, toen Absalom op zijn muilezel reed, raakte hij met zijn haren verstrikt in de takken van een eik (2 Samuël 18:9) en werd hij vervolgens ter dood gebracht door Joab en zijn mannen (2 Samuël 18:1415). Daarna maakten de mannen van Joab hem los, gooiden hem in een gat en bedekten dit graf met stenen (2 Samuël 18:17).

Waarschijnlijk zijn de drie zonen, eerder in het leven van Absalom, op jonge leeftijd gestorven, want er wordt vermeld dat Absalom geen erfgenaam had. Daarom richtte hij zelf, ter nagedachtenis aan zichzelf, dus toen hij nog leefde, een ‘monument’ op in het Koningsdal en noemde deze naar zichzelf (het Koningsdal lag volgens Flavius Josephus twee stadiën (= 402 meter) buiten Jeruzalem. Deze pilaar werd ‘Absaloms hand’ genoemd (2 Samuël 18:18). Later werd gedacht dat het graf wat Absalom voor zichzelf gemaakt had, de uit de rotsen gehouwen tombe in Jeruzalem was. Hij zelf is daar echter nooit begraven en het gebouw blijkt ook een paar eeuwen jonger te zijn en niet te stammen uit de tijd van Absalom.


Betekenis

Vader van de vrede


Algemeen

Geslacht: Man

Periode: +/- 950 vChr.

Hebreeuws: אַבְשָׁלוֹם

Grieks: nvt.


Familie

Stam: Juda

Vader: David

Moeder: Máächa

Broer(s): Geen, wel halfbroers (o.a. Amnon en Chíleab)

Zus(sen): Thamar

Gehuwd met: onbekend

Kinderen: Drie zonen waarvan de namen onbekend zijn en één dochter Thamar


Symboliek

(c) Deze zoon van David mag zonder God als een soort mens worden beschouwd. Hij had zijn lichaam tot in de perfectie ontwikkeld. Degenen die hem observeerden, konden niets anders zien dan fysieke schoonheid. Van top tot teen was er geen vlek in hem. (2 Samuël 14:25) Maar met dit alles was zijn hart slecht. Absalom haatte zijn vader David die de uitverkoren koning van God was. Hij weigerde en verwierp Gods plan en doel met betrekking tot Salomo. Hij was geschikt voor noch hemel noch aarde, en dus stierf Absalom tussen hen beiden aan de boom. Dat gold ook voor het religieuze Israël. Absalom en Israël presenteren vele aspecten van schoonheid en kenmerken van schoonheid, maar hun hart klopt niet bij God.

(2 Samuël 14:25) Nu was er in gans Israël geen man zo schoon als Absalom, zeer te prijzen; van zijn voetzool af tot zijn hoofdschedel toe was er geen gebrek in hem.


Bijbelverzen

Het woord komt in 90 bijbelverzen voor.

Deel dit artikel op: