Cornelius

Betekenissen van de naam Cornelius

Cornelius betekent “horen”, “gehoornd” of “van de hoorn afgeleid”. De naam heeft een Latijnse oorsprong en wordt verbonden met kracht, waardigheid en Romeinse afkomst.

Classificatie

Eigennaam (man)

Datering

Cornelius leefde in de eerste eeuw n.Chr., in de periode van de vroege christelijke gemeente en de bediening van de apostel Petrus.

Naam in het Hebreeuws

Niet van toepassing; de naam komt uitsluitend voor in het Grieks en Latijn.

Naam in het Grieks

Κορνήλιος (Kornēlios)

Strongnummers

Hebreeuws: Niet van toepassing
Grieks: G2883 (Κορνήλιος)

Etymologische gegevens

Cornelius is een Latijnse naam uit het Romeinse geslacht Cornelii. De naam is afgeleid van cornu, “hoorn”, een symbool van kracht en autoriteit. In de Bijbelse context verwijst Cornelius naar een Romeinse centurio die een sleutelrol speelde in de opname van niet‑Joden in de christelijke gemeenschap.

Schrijfwijze

In de Statenvertaling: Cornelius
In de Herziene Statenvertaling: Cornelius
In de King James vertaling: Cornelius

Symbolische betekenis

Cornelius staat symbool voor de doorbraak van het evangelie naar de heidenen. Zijn bekering en de uitstorting van de Heilige Geest op zijn huis markeren een beslissend moment in de universele reikwijdte van het christendom.

Bijbelse Stam

Niet van toepassing; Cornelius was een Romein, geen Israëliet.

Familie

RelatieNaam
VaderNiet vermeld
MoederNiet vermeld
BroersNiet vermeld
ZussenNiet vermeld
VrouwNiet vermeld
ManNiet van toepassing
ZonenNiet vermeld
DochtersNiet vermeld

Een korte omschrijving

Cornelius was een Romeinse centurio, gestationeerd in Caesarea, die wordt beschreven als een vroom en rechtvaardig man. Zijn visioen leidde tot een ontmoeting met de apostel Petrus, waarna hij en zijn huis de Heilige Geest ontvingen. Dit moment vormde een keerpunt in de vroege kerk: het evangelie werd expliciet geopend voor de heidenen. Cornelius wordt daarom gezien als de eerste niet‑Joodse christen die door apostolische bediening tot geloof kwam.

De naam komt voor in de Bijbelverzen

Handelingen 10:1, Handelingen 10:3, Handelingen 10:7, Handelingen 10:17, Handelingen 10:21, Handelingen 10:22, Handelingen 10:24, Handelingen 10:25, Handelingen 10:30, Handelingen 10:31