Baruch

Betekenissen

Baruch betekent “gezegend”, “de gezegende” of “hij die zegen ontvangt”. De naam benadrukt voorspoed, gunst en de zegen van de HEERE.

Classificatie

Eigennaam (man)

Datering

Baruch leefde in de late zevende en vroege zesde eeuw voor Christus, tijdens de laatste dagen van het koninkrijk Juda en de Babylonische ballingschap.

Naam in het Hebreeuws

בָּרוּךְ (Baruch)

Naam in het Grieks

Βαρούχ

Strongnummers

Hebreeuws: H1263
Grieks: G0914

Etymologische gegevens

Baruch is afgeleid van het Hebreeuwse werkwoord barak (“zegenen”). De naam behoort tot de theofore namen die Gods zegen en bescherming benadrukken. In de Bijbel is Baruch vooral bekend als schrijver en vertrouweling van de profeet Jeremia.

Formuleringen (Schrijfwijze)

In de Statenvertaling: Baruch
In de Herziene Statenvertaling: Baruch
In de King James vertaling: Baruch

Symbolische betekenis

Baruch staat symbool voor trouw, volharding en gehoorzaamheid aan Gods woord. Als schrijver van Jeremia’s profetieën vertegenwoordigt hij de rol van de dienaar die Gods boodschap bewaart, doorgeeft en beschermt, zelfs onder zware vervolging.

Bijbelse Stam

Baruch was een Judeeër, afkomstig uit een vooraanstaande familie in Juda.

Familie

RelatieNaam / Gegevens
VaderNerija
MoederOnbekend
BroersSeraja
ZussenOnbekend
VrouwOnbekend
ManNiet van toepassing
ZonenOnbekend
DochtersOnbekend

Een korte omschrijving

Baruch, de zoon van Nerija, was de persoonlijke schrijver, secretaris en vertrouweling van de profeet Jeremia. Hij schreef Jeremia’s profetieën op een boekrol en las deze voor aan het volk en aan de leiders van Juda. Ondanks bedreigingen, vervolging en politieke onrust bleef Baruch Jeremia trouw en bleef hij Gods boodschap doorgeven. Hij speelde een cruciale rol in het bewaren van de profetische teksten die later deel werden van het Bijbelboek Jeremia. Zijn naam en zijn werk benadrukken de waarde van gehoorzaamheid, moed en trouw aan Gods openbaring.

De naam komt voor in de Bijbelverzen

Nehemia 3:20, Nehemia 10:6, Nehemia 11:5, Jeremía 32:12, Jeremía 32:13, Jeremía 32:16, Jeremía 36:4, Jeremía 36:5, Jeremía 36:8, Jeremía 36:10, Jeremía 36:13, Jeremía 36:14, Jeremía 36:15, Jeremía 36:16, Jeremía 36:17, Jeremía 36:18, Jeremía 36:19, Jeremía 36:26, Jeremía 36:27, Jeremía 36:32, Jeremía 43:3, Jeremía 43:6, Jeremía 45:1, Jeremía 45:2