Assur

Betekenissen van de naam Assur

Assur betekent “voorspoedig”, “gelukkig” of “recht gaande”. De naam wordt gebruikt voor een persoon, een gebied en het latere wereldrijk Assyrië en is daardoor verbonden met oorsprong, macht en heerschappij.

Classificatie

Eigennaam (man)
Naam van een gebied
Naam van een land

Datering

Vanaf de periode na de zondvloed, in de tijd van de aartsvaders en de opkomst van de Assyrische rijken (2e–1e millennium v.Chr.).

Naam in het Hebreeuws

אַשּׁוּר (Ashur / Assur)

Naam in het Grieks

Ἀσσούρ voor de persoon; Ἀσσυρία voor het land Assyrië.

Strongnummers

Hebreeuws: H804
Grieks: niet specifiek voor de persoonsnaam, vooral voor het land Assyrië

Etymologische gegevens

Assur is waarschijnlijk verwant aan de wortel ’āšar (“recht gaan”, “gelukkig zijn”) en werd tevens verbonden met de Assyrische god Ashur, de nationale god van Assyrië. De naam kreeg zo een dubbele lading: zowel etnisch (volk en land) als religieus (godheid en cultus).

Formuleringen (Schrijfwijze)

in de Statenvertaling: Assur
in de Herziene Statenvertaling: Assur
in de King James vertaling: Asshur (voor de persoon), Assyria (voor het land)

Symbolische betekenis

Assur staat symbool voor wereldmacht, militaire kracht en instrument van goddelijk oordeel. In profetische teksten wordt Assur vaak getekend als een machtig, maar ook hoogmoedig rijk dat uiteindelijk zelf onder Gods oordeel valt.

Bijbelse Stam

Niet van toepassing (nakomeling van Sem, geen Israëlische stam)

Familie

RelatieNaam
VaderSem (Shem)
MoederOnbekend
BroersElam, Arpachsad, Lud, Aram
ZussenOnbekend
VrouwOnbekend
ManNiet van toepassing
ZonenNiet met naam genoemd (Assyriërs en hun steden als nageslacht)
DochtersOnbekend

Een korte omschrijving

Assur is in de Bijbel zowel de naam van een persoon als van een gebied en later een wereldrijk. Als persoon is Assur een zoon van Sem en stamvader van de Assyriërs. Vanuit zijn naam ontwikkelden zich de stad Assur en het land Assyrië, dat in de oudheid uitgroeide tot een dominante macht in Mesopotamië. In de profetenboeken verschijnt Assur als een instrument in Gods hand om volken, inclusief Israël, te tuchtigen, maar ook als rijk dat zelf geoordeeld wordt. De naam Assur is daardoor onlosmakelijk verbonden met macht, politiek gezag en de spanning tussen menselijke hoogmoed en goddelijke soevereiniteit.

De naam komt voor in de Bijbelverzen

Genesis 2:14, Genesis 10:11, Genesis 10:22, Genesis 25:18, Numeri 24:22, Numeri 24:24, 1 Kronieken 1:17, Ezra 4:2, Ezra 6:22, Nehemia 9:32, Psalmen 83:8, Jesaja 7:18, Jesaja 8:4, Jesaja 10:24, Jesaja 11:16, Jesaja 14:25, Jesaja 23:13, Jesaja 27:13, Jesaja 30:31, Jesaja 31:8, Jesaja 52:4, Jeremía 2:18, Jeremía 2:36, Jeremía 50:17, Jeremía 50:18, Ezechiël 16:28, Ezechiël 23:7, Ezechiël 23:9, Ezechiël 23:12, Ezechiël 23:23, Ezechiël 27:23, Ezechiël 31:3, Ezechiël 32:22, Hosea 5:13, Hosea 7:11, Hosea 8:9, Hosea 10:6, Hosea 11:5, Hosea 11:11, Hosea 12:1, Hosea 14:3, Micha 5:5, Micha 5:6, Micha 7:12, Nahum 3:18, Zefanja 2:13, Zacharia 10:11