Arameeers

Een volk dat in de tijd van de aartsvaders in Aram-Naharaïm, noordelijk van Kanaan, in de omgeving van de bovenloop van de Eufraat woonde, waar ook de stad Haran lag (Gen. 12:4; 24:10). Later werd Damascus hun hoofdstad. Salomo en zijn opvolgers moesten vaak dit sterke buurland bestrijden. (1 Kon. 11:23 w; 15:18 w; 20:22; 2 Kon. 6:24; 13; 14:25-28). Er is sprake van strooptochten en grensconflicten. De Assyriërs veroverden 10 jaar vóór Samaria, Damascus, in 732 v. Chr. Het Aramees werd een wereldtaal. Een gedeelte van de boeken Ezra en Daniël zijn niet in het Hebreeuws, maar in het Aramees geschreven. Ook Jezus en zijn discipelen hebben Aramees gesproken. Als het Hebreeuws ‘kerktaal’ is geworden, worden de heilige boeken in de omgangstaal, het Aramees overgezet (de Targoemim).

Deze website maakt gebruik van cookies. Door deze site te blijven gebruiken, accepteert u het gebruik van deze cookies en gaat u akkoord met ons cookiebeleid.  Meer info