Amram

Betekenissen van de naam Amram

De Bijbelse naam Amram betekent “verheven volk” of “hoog volk”. De naam verwijst naar een verhoogde of verheven status van het volk van Israël. Deze betekenis wordt bevestigd door Hebreeuwse lexica en traditionele Joodse uitleg.

Classificatie

Eigennaam (man)

Datering

Amram leefde in de periode van de Israëlieten in Egypte, vóór de uittocht onder Mozes. Zijn leven wordt doorgaans geplaatst in de 14e–13e eeuw v.Chr.

Naam in het Hebreeuws

עַמְרָם – ‘Amram

Naam in het Grieks

Ἀμράμ

Strongnummers

Hebreeuws: H6019
Grieks: geen afzonderlijk Strongnummer

Etymologische gegevens

De naam Amram is samengesteld uit ‘am (עם) “volk” en rām (רום) “hoog, verheven”. De etymologische betekenis “verheven volk” of “hoog volk” wordt bevestigd door Hebreeuwse woordenboeken en Bijbelcommentaren.

Formuleringen (Schrijfwijze)

in de Statenvertaling: Amram
in de Herziene Statenvertaling: Amram
in de King James vertaling: Amram

Symbolische betekenis

Amram symboliseert de verheven roeping van het volk Israël. Als vader van Mozes, Aäron en Mirjam staat hij aan de oorsprong van het priesterlijke en profetische leiderschap dat Israël door de uittocht en de woestijnperiode leidt.

Bijbelse Stam

Amram behoort tot de stam Levi, via zijn vader Kehath. Zijn vrouw Jochebed was eveneens een Leviet.

Familie

RelatieNaam
VaderKehath
MoederOnbekend
BroersIzhar, Hebron, Uzziel
ZussenOnbekend
VrouwJochebed
ManNiet van toepassing
ZonenAäron, Mozes
DochtersMirjam

Een korte omschrijving

Amram is een centrale figuur in de vroege geschiedenis van Israël. Hij is de vader van Mozes, Aäron en Mirjam, drie van de belangrijkste leiders van het volk. Amram was een Leviet en trouwde met Jochebed, die volgens de traditie zijn tante was. Tijdens de onderdrukking in Egypte kregen zij hun kinderen, waaronder Mozes, die door God werd geroepen om Israël uit Egypte te leiden. De naam Amram, “verheven volk”, weerspiegelt de bijzondere bestemming van zijn familie en het volk dat uit hen voortkwam.

De naam komt voor in de Bijbelverzen

Onder andere in: Exodus 6:18, Exodus 6:20, Numeri 3:19, Numeri 26:58, 1 Kronieken 6:2–3, 1 Kronieken 23:12–13.