Betekenissen van de naam Ammon
De Bijbelse naam Ammon betekent “stam, volksverwant” en wordt ook uitgelegd als “een volk” of “de zoon van mijn volk”. De naam is nauw verbonden met de Ammonieten, een volk ten oosten van de Jordaan dat uit Lot voortkwam.
Classificatie
Eigennaam (man)
Naam van een gebied
Naam van een land
Datering
Vanaf de tijd van Lot in de aartsvaderperiode (Genesis 19) tot en met de profeten, grofweg het 2e en 1e millennium v.Chr.
Naam in het Hebreeuws
עַמּוֹן – ‘Ammôn
Naam in het Grieks
Ἀμμών
Strongnummers
Hebreeuws: H5983
Grieks: geen afzonderlijk Strongnummer
Etymologische gegevens
Ammon is afgeleid van het Hebreeuwse ‘am (עם), “volk, verwant”. De naam duidt op een verwant volk, “stam” of “in‑geboren” groep, en is etymologisch verwant aan namen als Ammi en Ben-Ammi.
Formuleringen (Schrijfwijze)
in de Statenvertaling: Ammon
in de Herziene Statenvertaling: Ammon
in de King James vertaling: Ammon
Symbolische betekenis
Ammon staat symbolisch voor een aan Israël verwant, maar vaak vijandig volk. De naam herinnert aan de spanningsvolle relatie tussen vleeslijke afkomst en geestelijke trouw aan God: verwantschap met Abraham via Lot, maar tegelijk geestelijke vervreemding en oordeel in de profetische boeken.
Bijbelse Stam
Ammon behoort niet tot de twaalf stammen van Israël.
Familie
| Relatie | Naam |
|---|---|
| Vader | Lot |
| Moeder | Jongste dochter van Lot |
| Broers | Moab (via de oudste dochter van Lot) |
| Zussen | Onbekend |
| Vrouw | Onbekend |
| Man | Niet van toepassing |
| Zonen | Onbekend |
| Dochters | Onbekend |
Een korte omschrijving
Ammon is in de Bijbel zowel de naam van de voorvader als van het volk en land van de Ammonieten, ten oosten van de Jordaan. Het volk stamt af van Lot via zijn jongste dochter en leeft in nauwe geografische en historische nabijheid van Israël. In de Bijbelse geschiedenis verschijnt Ammon regelmatig als tegenstander van Israël, maar blijft het tegelijk een verwant volk. Profeten spreken oordelen uit over Ammon vanwege vijandschap en wreedheid, terwijl de naam zelf de gedachte van een verwante stam of “eigen volk” blijft dragen.
De naam komt voor in de Bijbelverzen
De naam Ammon en de Ammonieten komen veelvuldig voor, onder andere in Genesis 19:38, Deuteronomium 2:19, Richteren 10–11, 2 Samuël 10–12, 2 Kronieken 20, Amos 1:13 en Zefanja 2:8–9.