Ahasvéro

Betekenissen

Ahasvéros wordt meestal verklaard als “koning over helden”, “heerser van helden” of “machtige koning”. Mogelijk is het een Hebreeuwse vorm van de Oud-Perzische naam Khshayarsha, bekend als Xerxes.

Classificatie

Eigennaam (man)

Datering

De naam verwijst naar verschillende Perzische koningen uit de periode 6e–4e eeuw v. Chr., waaronder waarschijnlijk Xerxes I (486–465 v. Chr.).

Naam in het Hebreeuws

אֲחַשְׁוֵרוֹשׁ

Naam in het Grieks

Ασουηρος

Strongnummers

Hebreeuws: H0325

Grieks: G0935

Etymologische gegevens

De naam Ahasvéros is waarschijnlijk een Hebreeuwse fonetische weergave van het Oud-Perzische *Khshayarsha*. De Griekse weergave hiervan is Xerxes. Het betekent “heerser van helden” of “machtige koning”.

Formuleringen

Statenvertaling: Ahasvéros

Herziene Statenvertaling: Ahasveros

King James Version: Ahasuerus

Symbolische betekenis

De naam staat symbolisch voor wereldlijke macht, heerschappij en majesteit. In het boek Ester vertegenwoordigt Ahasvéros het absolute koningschap van het Perzische rijk.

Bijbelse Stam

Geen; Ahasvéros is een niet-Israëlitische, Perzische koning.

Familie

VaderDarius I (historisch gezien)
MoederAtossa (dochter van Cyrus de Grote, historisch gezien)
BroersMeerdere, historisch bekend
ZussenOnbekend
VrouwVasthi; later Ester
ZonenArtaxerxes I (historisch); niet bij name in de Bijbel
DochtersOnbekend

Een korte omschrijving

Ahasvéros is de Perzische koning die centraal staat in het Bijbelboek Ester. Hij regeert over een wereldrijk van India tot Ethiopië. In het Bijbelse verhaal maakt hij eerst koningin Vasthi onttroond en kiest later Ester tot koningin. Onder zijn heerschappij vindt het complot van Haman plaats, dat gericht is op de vernietiging van het Joodse volk. Dankzij Ester en Mordechai wordt dit plan verijdeld. Hoewel Ahasvéros een machtige heerser is, wordt hij in het verhaal getekend als beïnvloedbaar door zijn raadgevers. Zijn optreden speelt een sleutelrol in de redding van het Joodse volk en de instelling van het Poerimfeest.

De naam komt voor in de Bijbelverzen

Ester 1–10; Ezra 4:6; Daniël 9:1 (mogelijk als titel of verwijzing naar een andere vorst)