Ahía

Betekenissen

Ahía betekent “broeder van de HEERE”, “mijn broer is de HEERE” of “de HEERE is mijn broeder”. De naam draagt een sterk theofore karakter en verwijst naar nabijheid tot God.

Classificatie

Eigennaam (man)

Datering

De naam komt voor in verschillende perioden binnen het Oude Testament, met vermeldingen in priestergenealogieën en Levietenlijsten vanaf de tijd van de aartsvaders tot aan de monarchie.

Naam in het Hebreeuws

אֲחִיָּה

Naam in het Grieks

Αχια

Strongnummers

Hebreeuws: H0281

Grieks: Niet van toepassing

Etymologische gegevens

De naam Ahía is samengesteld uit “Ahi” (broeder) en het theofore element “Yah” (de HEERE). In combinatie betekent het “de HEERE is mijn broeder” of “verwant aan de HEERE”. De naam benadrukt een bijzondere relatie tot God, die in de Hebreeuwse cultuur als diepe verbondenheid werd gezien.

Formuleringen

Statenvertaling: Ahía
Herziene Statenvertaling: Ahia
King James Version: Ahiah of Ahijah

Symbolische betekenis

De naam symboliseert verbondenheid met God, broederlijke gemeenschap en goddelijke nabijheid. Hij draagt geestelijke intimiteit en toewijding uit.

Bijbelse Stam

Voornamelijk stam Levi.

Familie

VaderAfhankelijk bijvoorbeeld Ahitub of Jerahmeël
MoederNiet vermeld
BroersVerschillende
ZussenNiet vermeld
VrouwNiet vermeld
ZonenNiet vermeld
DochtersNiet vermeld

Een korte omschrijving

Ahía is de naam van meerdere personen in het Oude Testament, waaronder priesters, Levieten en mannen binnen verschillende genealogieën. Een bekende Ahía is de priester in de tijd van Saul, die genoemd wordt als drager van de efod. Ook komt de naam voor in de genealogieën van de stammen Benjamin, Juda en Levi. Hoewel de Bijbel weinig verhalende details geeft over de meeste naamdragers, duidt de naam op een nauwe relatie tot God en op een positie binnen het religieuze of genealogische leven van Israël. De verschillende vermeldingen van Ahía laten zien dat het een veelgebruikte theofore naam was.

De naam komt voor in de Bijbelverzen

1 Samuël 14:3; 1 Kronieken 8:7; 1 Kronieken 11:36; 1 Kronieken 26:20; 1 Koningen 14:2 (variant Ahia/ Ahijah)