Aanfluiting

Het woord aanfluiten wordt gevormd door: aan + fluiten, dat wil zeggen naar iemand fluiten om hem te bespotten. Fluiten is een schrik- of spotreactie op iemands ongeluk (1 Koningen 9:8Jeremia 19:8Jeremia 49:17;  Klaagliederen 2:15).

Als een stad of een volk tot een aanfluiting wordt, is dit een moment van vernedering en schande (2 Kronieken 29:8Jeremia 25:9Jeremia 29:18Micha 6:16).


Zoekterm

Aanfluiting, Aanfluiten


Vertalingen

Engels: Hissing

Duits: Anpfeifen

Hebreeuws: שְׁרֵקָה

Grieks: nvt


Betekenis

van Dale

1. (verouderd) smadelijke bejegening

synoniem: bespotting

2. (verouderd) voorwerp van bespotting

«Ik maak hen (…) tot een aanfluiting en een smaad onder alle de volken» (Jeremia 29:18).

3. (bij uitbreiding) dat wat iets te schande maakt, de negatie of karikatuur ervan

”het proces was een aanfluiting van het recht”

Strong

Gegevens kopiëren uit The Word

H-8322

שְׁרֵקָה shreqah (sher-ay-kaw’) n-f.

a derision.

[from H8319]

KJV: hissing.

Root(s): H8319


Typologie

Geen duidelijke typologische betekenis bekend.


Bijbelverzen

Het woord komt in 8 bijbelverzen voor:

Aanfluiting

(2 Kronieken 29:8) Daarom is een grote toorn des HEEREN over Juda en Jeruzalem geweest; en Hij heeft hen overgegeven ter beroering, ter verwoesting en ter aanfluiting, gelijk als gij ziet met uw ogen.

(Jeremia 19:8) En Ik zal deze stad zetten tot een ontzetting en tot een aanfluiting; al wie voorbij haar gaat, zal zich ontzetten en fluiten over al haar plagen.

(Jeremia 25:9) Ziet, Ik zal zenden, en nemen alle geslachten van het noorden, spreekt de HEERE; en tot Nebukadnezar, den koning van Babel, Mijn knecht; en zal ze brengen over dit land, en over de inwoners van hetzelve, en over al deze volken rondom; en Ik zal ze verbannen, en zal ze stellen tot een ontzetting, en tot een aanfluiting, en tot eeuwige woestheden.

(Jeremia 25:18) Namelijk Jeruzalem en de steden van Juda, en haar koningen, en haar vorsten; om die te stellen tot een woestheid, tot een ontzetting, tot een aanfluiting en tot een vloek, gelijk het is te dezen dage;

(Jeremia 29:18) En Ik zal ze achterna jagen met het zwaard, met den honger en met de pestilentie; en Ik zal ze overgeven tot een beroering, allen koninkrijken der aarde, tot een vloek, en tot een schrik, en tot een aanfluiting, en tot een smaadheid, onder al de volken, waar Ik ze henengedreven zal hebben;

(Jeremia 51:37) En Babel zal worden tot steen hopen, een woning der draken, een ontzetting en aanfluiting, dat er geen inwoner zij.

(Micha 6:16) Want de inzettingen van Omri worden onderhouden, en het ganse werk van het huis van Achab; en gij wandelt in derzelver raadslagen; opdat Ik u stelle tot verwoesting, en haar inwoners tot aanfluiting; alzo zult gij de smaadheid Mijns volks dragen.

Aanfluiten

(Sefanja 2:15) Dit is die stad, die opspringt van vreugde, die zeker woont, die in haar hart zegt: Ik ben het, en buiten mij is geen meer; hoe is zij geworden tot woestheid, een rustplaats van het gedierte! Een ieder, die daardoor trekt, zal ze aanfluiten, hij zal zijn hand bewegen.

Deze website maakt gebruik van cookies. Door deze site te blijven gebruiken, accepteert u het gebruik van deze cookies en gaat u akkoord met ons cookiebeleid.  Meer info