Categorie: T woorden

  • Twaalf

    Is het getal van de stamvaders van Israël en als zodanig van het volk in zijn geheel. De 12 staven, de 12 toonbroden, de 12 stenen in het borstschild (Num. 17:2; Lev. 24:5; Ex. 28:21) representeren geheel Israël. In de evangeliën zijn de 12 discipelen de vaders van een nieuw volk, zij zullen op 12 tronen zitten om de stammen van Israël te besturen (Matt. 19:28). Ook in de Openbaring van Johannes speelt het getal 12 een grote rol (2 1:12, 14, 16). ‘Geheel’ Israël zal behouden worden! (Rom. 11:26). Ook als tijdscategorie wijst het getal op een bepaalde totaliteit: 12 maanden een jaar, 12 uren een dag (Joh. 11:9).

  • Twee

    Gr. duo, het getal dat verdubbeling en versterking betekent en ook de tweeledigheid. Jozef zegt dat de 2 dromen van de Farao eigenlijk 1 droom zijn en dat door herhaling hiervan de zaak bij God vaststaat (Gen. 41:32). De herhaling wijst op nadrukkelijkheid en bevestiging. Seconderen, de tweede zijn, betekent helpen, een versterking zijn. Namen worden 2x genoemd: Samuel, Samuel; Saul, Saul; Jeruzalem, Jeruzalem. Door 2 onveranderlijke dingen hebben wij een krachtige aansporing (Hebr. 6:18). Als er brood wordt aangeboden zijn dat 2 broden, wijn: dat zijn 2 kruiken (1 Sam, 10:4), dagelijks worden 2 lammeren geofferd (Ex. 29:38). De haan kraaide 2x (Mare. 14:72). Op het getuigenis van 2 of 3 getuigen staat een zaak vast (Deut. 19:15).
    Maar naast de gedachte van bevestiging wordt in het getal 2 ook de onderscheiding benadrukt. Scheppen is scheiding maken: de ene mens is 2: man én vrouw (Gen. 1:28), er is licht én duisternis, dag en nacht, aarde en hemel, zee en land, rein en onrein: alles is 2-voudig, het een tegenover het andere (Sirach 42:24). In de gelijkenissen van Jezus gaat het over 2 zonen, 2 bidders, over de herder en de huurling, het zaad en het onkruid (Luc. 15:11 w; 18:10; Matt. 13:24 w; Joh. 10:12). De 2 wijst dus ook op tegenstelling en strijd. Men zal dus niet op 2 gedachten hinken (1 Kon. 18:21), op 2 wegen gaan (Ps. 1), geen 2 heren dienen (Matt. 6:24).

  • Tychikus

    Gelukskind, medewerker van Paulus, door deze naar Efeze en Kolosse gezonden (Ef. 6:21; Kol. 4:7; 2 Tim. 4:12) en ook naar Kreta (Tit. 3:12).

  • Tovenaar

    Gr. pharmakos (pharmaceut), de man of de vrouw die over geheimzinnige krachten beschikt en als ‘wijze’ (Ex. 7:11; Jes. 47:9; Dan. 2:27) kundig is in het manipuleren ervan. Men kan denken aan de liefdesappelen van Lea (Gen. 30:14), de staf van de Egyptische mededinger (Ex. 7:12), de tovenares van – Endor (1 Sam. 28). In Hand. worden Simon Magus (8:9 w) en Bar Jezus/Elymas (13:6) genoemd. Tegen de occulte praktijken van waarzeggers, droomuitleggers en tovenaars wordt sterk gewaarschuwd, ze zijn onverenigbaar met het geloof in de ene Heer (Ex. 22:18; Deut. 18:10 w; 2 Kon. 9:22; Gal. 5:20; Openb. 21:8). Christen geworden tovenaars verbranden hun boeken met magische formules in Efeze (Hand. 19:18 v).

  • Tyrannus

    Heerser, leraar in welsprekendheid in Efeze, die zijn zaal aan Pauhus ter beschikking stelde (Hand. 19:9).

  • Trachonitis

    Rotsachtige bodem, naam van de hoogvlakte ten z.o. van Damascus, ten o. van de Jordaan (Luc. 3:1).

  • Tyrus

    Rots, bekende Fenicische havenstad (Ex. 26:4; Ps. 83:8; 87:4). Een koning van Tyrus, Chiram, was bondgenoot van David en Salomo (2 Sam. 5:11; 1 Kon. 9:11). Paulus trof er op zijn derde reis Discipel|discipelen aan (Hand. 21:3).

  • Tres Tabernae

    Tres Tabernae = Drie herbergen, taberna = winkeltje, kroegje. Plaats aan de Via Appia ± 50 km z.o. van Rome, waar Paulus en Christenen uit Rome elkaar ontmoetten (Hand. 28:15).

  • Troas

    Havenstad aan de n.w. kust van Klein-Azië, aan de Hellespont, waar Paulus het visioen had van de roepende Macedoniër (Hand. 16:8 w), en later op zijn derde reis Eutyches opwekte (Hand. 20:5-12).