Zie: Moloch
Categorie: M woorden
-
Morgenster
De planeet Venus, die ook Lucifer (= lichtdrager) wordt genoemd. Het is een titel voor de koning van Babel: ‘hoe zijt gij uit de hemel gevallen, gij morgenster, zon des dageraads?’ (Jes. 14:12), en voor de verhoogde Christus in 2 Petr. 1:19; Openb. 2:28; 22:16. De naam Lucifer wordt in het n.t. nog niet voor de satan gebruikt. Dat gebeurt eerst later door een verkeerde verbinding van Luc. 10:18 en Jes. 14:12.
-
Moria
Plaats waar God ziet, of: waar God gezien wordt. Het land waar Abraham zijn zoon Isaak moest offeren (Gen. 22:2), en de berg waar Salomo de tempel bouwde (op de dorsvloer van Arauna, 2 Kron. 3:1; vgl. 2 Sam. 24:25). In de joodse overlevering zijn deze plaatsen dezelfden.
-
Morren
Het murmureren, het mopperen van het volk in de woestijn tegen Mozes en God in moeilijke omstandigheden, waaruit blijkt dat men slechts schoorvoetend en onwillig met de leider meeging (Ex. 15:24; 16:2,7 v; Num. 14:2, 27, 29, 36; 16:11; Ps. 106:25; 1 Kor. 10:10). In het n.t. wordt er door Farizeeërs, Schriftgeleerden en ook discipelen gemord over het optreden van Jezus (Luc. 5:30; 15:12; 19:7; Joh. 6:41, 43, 61).
-
Most
Niet gegist druivensap (Jes. 24:7; Joel 1:10; Mi. 6:15). In NBG is op veel plaatsen most geschreven, waar het eerder om wijn (tiroosj) gaat.
-
Mosterdzaad
Kleine zaadkorrel, die symbool is voor kleinste hoeveelheid (Matt. 13:31 v; 17:20). Het mosterdzaad (dat gebruikt werd bij de inmaak van groenten en voor medische doeleinden) groeit uit tot het grootste van alle tuinplanten (van 1,5 tot 3 m hoog)
-
Mozes
Hebreeuws: Mosjé. De profeet die het volk van Jakob de vrijheid bracht, de wetgever die het verbond met Adonai op de berg Sinaï sloot, de herder van Israël gedurende de woestijnreis op weg naar het beloofde land (Ex. 3:10; 20:22; Ps. 77:21). Hij werd 120 jaar oud (Deut. 31:2). Zijn leven wordt in 3 grote (al. van 40 jaar) perioden ingedeeld: zijn leven aan het hof van Farao (Hand. 7:23). zijn verblijf in Midjan (Hand. 7:30), en zijn tocht door de woestijn (Num. 14:34).
De naam Mozes is waarschijnlijk een afkorting die betekent: zoon van -(zoals Toet-moses = zoon van Toet en Ramses = zoon van Ra). De verklaring van Ex. 2:10 herinnert aan het verhaal van het biezen kistje: uit het water getrokken.
‘Zoals Mozes, dien de HEER gekend heeft van aangezicht tot aangezicht is er in Israël geen profeet meer opgestaan’ (Deut. 34:10). De eerste 5 boeken van de bijbel, tora of pentateuch, worden de boeken van Mozes genoemd (vgl. Luc. 16:29; 24:27).