omschrijving volgt
Categorie: F woorden
-
Flavius Josephus
Uitwerking volgt
-
Fenicië
Purperland, het land van een vermaard zeevarend volk, ongeveer gelijk aan het huidige Libanon. Het wordt slechts enkele malen terloops genoemd in het n.t. (Hand. 11:19; 15:3; 21:2). De belangrijkste havensteden van dit land, Tyrus en Sidon, nemen daarentegen een belangrijker plaats in.
-
Filemon
Een christen in het Klein-Aziatische Kolosse, aan wie Paulus een brief schrijft over diens weggelopen slaaf Onesimus (Filemon: 1 vv; vgl. Kol 4:9).
-
Filippi
Een stad in Macedonië, genoemd naar de vader van Alexander de Grote, waar Paulus op zijn tweede zendingsreis gevangen zat, een Romeinse kolonie. De apostel stichtte er de eerste christelijke gemeente in Europa, waartoe o.a. Lydia behoorde (Hand. 16:15, 40; vgl. 2 Kor. 8:1, 3 v). De brief aan de Filippenzen is aan deze gemeente gericht.
-
Filippus
Paardenvriend, een discipel-apostel, die zoals Petrus en Andreas afkomstig was uit Betsaïda (Joh. 1:45). Blijkens de teksten die hem vermelden, is zijn verhouding tot Jezus gekenmerkt door misverstanden (Joh. 6:7; 12:20 vv; 14:8 v). Een andere Filippus is de diaken-evangelist (Hand. 6:5; 21:8). Bekend is diens ontmoeting met de kamerling uit Abessinië (Hand. 8:26-40) en zijn prediking te Samaria die de invloed van Simon de Tovenaar breekt (Hand. 8:4-25). Zijn dochters waren profetessen (Hand. 21:9).
-
Filistijnen
Een volk dat afkomstig zou zijn van Kaftor, di. Kreta (Am. 9:7), en de kustvlakte van het naar hen genoemde Palestina bewoonde. Vijf van hun steden worden genoemd: Gaza, Askelon, Asdod, Ekron en Gat (1 Sam. 5 en 6). Zij hebben reeds in de tijd van Abraham en Isaak conflicten met de aartsvaders. En ook Samuël, Saul en David moeten herhaaldelijk strijd voeren met hen (1 Sam. 7; 17; 31; 2 Sam. 5:17-25). In de latere koningentijd hebben Israël en Juda veel confrontaties met deze Filistijnen (1 Kon. 15:27; 2 Kon. 18:8; 21:16 w; 2 Kron. 26:6 v). Maar ook voor Filistijnen die in Sion ‘geboren’ zijn wordt het heil in het vooruitzicht gesteld (Ps. 87:4 v).
-
Fluit
Zie: Muziekinstrumenten
-
Formeren
In de NBG-vertaling is dit werkwoord gereserveerd voor het scheppende werk van God. Hij formeerde de mens (Gen. 2:7; 1 Tim. 2:13), de dagen en getijden (Ps. 74:17; 139:16), de aarde en het volk Israël (Jes. 43:21; 45:18). In de beeldspraak: ‘wij zijn het leem, en Gij zijt onze Formeerder’ (Jes. 64:8), komt de grondbetekenis van het betreffende woord jatsar naar voren: het boetseren van klei of het smeden van metalen voorwerpen (vgl. Jes. 44:12; 54:17; Jer. 18:2-4).
-
Forum Appii
Een pleisterplaats op de Via Appia ± 60 km ten z. van Rome (Hand. 28:15).